5 vragen over werken met nano

Wat is Nano?
Het woord 'nano' staat voor ultrakleine deeltjes met een grootte tussen de 1 en de 100 nanometer (nm), ofwel deeltjes die een miljoen keer kleiner zijn dan een millimeter. Ter vergelijking: een mensenhaar is al 100.000 nanometer dik.
De meeste nanodeeltjes in de lucht bestaan uit ultrafijnstof. Ultrafijnstof is niet doelbewust ontwikkeld maar komt van nature al in de lucht voor, zoals zeezout of (tabaks)rook. Bij de risicoanalyse van blootstelling aan nanodeeltjes wordt naar de zogenaamde 'synthetische' nanodeeltjes (Engineered Nanoparticles) gekeken. Over de mogelijke gezondheidsgevolgen hiervan wordt veel gespeculeerd en is nog weinig bekend.

Waar zit Nano in?
Nanoproducten (producten met synthetische nanodeeltjes) worden (nog) op beperkte schaal gebruikt in de bouw. Ze zitten voornamelijk in de productgroepen cement en beton, coatings en isolatiematerialen. Producten waar het om gaat zijn vooral glascoatings, muurverven, asfaltcoatings, parketlakken, hoogsterktebeton en betonreparatiemiddelen.

Hoe kun je zien of ergens Nano in zit?
Er is (nog) geen informatieverplichting voor leveranciers om hun afnemers te informeren over de aanwezigheid van nanodeeltjes in hun producten. Soms staat er op een product duidelijk dat er nanodeeltjes gebruikt zijn, soms ook niet. Vermoed je dat een product dat je gebruikt nanodeeltjes kan bevatten, vraag dit dan na bij de leverancier.

Wat zijn de risico’s van blootstelling aan Nano?
Over de gevolgen van blootstelling aan nanodeeltjes is nog maar heel weinig bekend. Het is in ieder geval raadzaam om voorzorgsmaatregelen te nemen wanneer het product waarmee je werkt zelf giftig is. Doorgaans hebben nanodeeltjes namelijk dezelfde giftige eigenschappen als de grotere deeltjes. Of een product giftig is kun je zien aan de gevaarsymbolen op het etiket (oranje achtergrond met doodshoofd of kruis of rode rand met doodshoofd, uitroepteken of borstbeeld).
Als een product biologisch afbreekbaar of oplosbaar is, is ook het risico op schade door nanodeeltjes hiervan kleiner.

Wat kun je doen om blootstelling/contact te voorkomen?
Inademen is de belangrijkste blootstellingsroute. Het risico van opname via de huid is veel kleiner. Mogelijk kunnen nanodeeltjes door de huid dringen als de huid beschadigd is. Hoe kleiner het deeltje is, hoe makkelijker deze in het lichaam terecht kan komen. Het beste is te voorkomen dat je deeltjes van een nanoproduct inademt of op beschadigde huid krijgt.
De blootstelling aan een nanoproduct wordt in grote mate bepaald door de vorm: poeder, vloeistof of vaste stof. Vooral wanneer je werkt met poeders van nanoproducten is er een verhoogde kans dat je de deeltjes inademt. De kans op inademing is zeer klein als je werkt met een vloeistof of vaste stof. Ga je de vloeistof verspuiten of in de vaste stof boren dan bestaat de kans dat nanodeeltjes weer vrijkomen.
Doordat nanodeeltjes zeer klein zijn blijven ze langer in de lucht hangen. Het beste is dus te voorkomen dat er stof of nevel in de lucht komt. Pas als voorkomen van blootstelling niet mogelijk is, bescherm je jezelf met persoonlijke beschermingsmiddelen.

Bron: Arbouw