Licht op de werkplek: wat neem je op in de RI&E?

Risico-inventarisatie Teamwerk
Licht- en uitzichtproblemen oplossen is een kwestie van teamwerk. De eerste signalen die erop wijzen dat er ergens sprake is van een lichtknelpunt worden vaak opgepikt door de leidinggevende of de gebouwbeheerder, al dan niet gebruik makend van een standaard klachtenregistratiesysteem. De arboprofessional of arbeidshygiënist is vaak de volgende schakel: hij zal het probleem allereerst dienen te objectiveren (wat zijn de klachten precies?), geeft een verklaring van het probleem (waar wordt de verblinding, lage verlichtingssterkte, flikkering enzovoort door veroorzaakt?) en zal vervolgens suggesties doen voor verbetering (met welke maatregelen is het lichtprobleem op te lossen?).

RI&E
Er bestaan verschillende manieren om tijdens een RI&E in kaart te brengen of er sprake is van lichtgerelateerde gezondheids- en welzijnsrisico’s. Metingen aan kunstlicht, daglicht of uitzicht zijn lang niet altijd nodig. Met simpele middelen (bijvoorbeeld korte interviews, inventariseren van gebouwgebonden/procesgebonden risicofactoren) is vaak ook al een goed inzicht in de situatie te verkrijgen. Eventueel kunnen daarna altijd nog metingen uitgevoerd worden ter ‘objectivering’ van de situatie.

Vragen
Om licht- en uitzichtrisico’s te herkennen kan de arboprofessional zich de volgende vragen stellen:

  • Hebben relatief veel medewerkers (meer dan 5 á 10%) vaak klachten over licht? Om dit te bepalen kan bestaande documentatie worden bestudeerd. Bijvoorbeeld uitkomsten van Periodiek Medisch Onderzoek (PMO), maar ook klachtenregisters van bijvoorbeeld gebouwbeheerders. Ook kan besloten worden om zelf direct een aantal medewerkers naar de ervaringen te vragen. Een uitgebreider alternatief is: uitzetten van een verlichtingsenquête. Voor een vragenlijst voor oriënterend verlichtingsonderzoek, zie vragenlijst Licht & Uitzicht in dit dossier.
  • Vraagt de visuele taak die wordt verricht of aflezing van zeer kleine details (letters, cijfers) of is er sprake van precisiewerkzaamheden / ‘fijn werk’?
  • Hoe zit het met de verhouding diffuus licht / gericht licht? Te diffuus licht (zoals bijv. in een ruimte met ramen op het Noorden geeft relatief weinig schaduwvorming en kan een saaie indruk maken, wat weer kan leiden tot extra bijschakelen van kunstlicht terwijl dit qua verlichtingssterkte niet nodig is.
  • Moeten er (door een deel van de medewerkers) regelmatig werkzaamheden verricht worden in ruimten met weinig daglicht c.q. geen uitzicht (ziekenhuizen, meldkamers, nachtdiensten, machinekamers, ketelhuizen, en dergelijke)?
  • Is men door de aard van de werkzaamheden (gevoelig voor daglicht) gedwongen om in een relatief donkere ruimte te werken (doka’s, CAD tekenateliers)?
  • Of is er juist sprake van een relatief veel glas in de gevel (meer dan ca 50%) met een meer dan gemiddelde kans op hinder door verblinding en spiegeling ten gevolge van daglicht / zonlicht?
  • Ontbreekt helderheidswering (bv. in werkruimten waar met beeldschermen wordt gewerkt)? Ook op bv. de Noordzijde?
  • Bevindt een deel van de medewerkers zich relatief ver van de gevel (meer dan ca. 6 meter vanaf een venster)?
  • Is er sprake is van (relatief veel) verouderde armaturen die onvoldoende afscherming bieden (klaslokalen, oude kantoorpanden, loodsen, industrie)?
  • Zijn er relatief veel medewerkers ouders dan 45-50 jaar?
  • Wordt er gewerkt met laserlicht, UV of infrarood?
  • Zijn de juiste noodverlichtingvoorzieningen aanwezig?

Checklist
Tijdens een RI&E kan de arbo-professional gebruik maken van checklists voor de verlichting. Handige checklists die daarvoor te gebruiken zijn vind je bv. in het dossier Licht & Uitzicht op Arbokennisnet.