Hoe ziet een risico-inventarisatie en -evaluatie er uit?

 
Een goede risico-inventarisatie en -evaluatie voldoet aan een aantal kwaliteitscriteria:

1. Alle gevaren worden in kaart gebracht. Dit betekent dat het instrument dat u gebruikt in moet gaan op veiligheids-, gezondheids- en welzijnsgevaren. Daarnaast dient aandacht besteed te worden aan de werktijden. Dit laatste is geen verplichting uit de Arbeidsomstandighedenwet, maar uit de Arbeidstijdenwet. Alle gevaren in kaart brengen betekent ook dat u niet altijd volledig kunt vertrouwen op standaard RI&E-instrumenten. Het in kaart brengen van gevaren betekent dat u op een andere manier naar de organisatie kijkt dan bijvoorbeeld tijdens periodieke inspecties. Bij periodieke inspecties toetst u of er situaties zijn die afwijken van wat normaal is. Bij een inventarisatie van de gevaren gaat u na waar in potentie in de organisatie iets mis kan gaan.

2. Daar waar dat noodzakelijk is worden verdiepende onderzoeken uitgevoerd. Verdiepende onderzoeken hebben tot doel meer inzicht te krijgen in een gevaar.

3. Er wordt gebruikgemaakt van instrumenten die daadwerkelijk iets kunnen zeggen omtrent het gevaar en de mate waarin dat voorkomt.

4. Er wordt aandacht besteed aan bijzondere groepen. Er zijn groepen mensen in de organisatie die onder bepaalde omstandigheden aan meer risico’s blootstaan dan andere mensen. Bijvoorbeeld vrouwen tijdens de zwangerschap, jeugdigen en oudere werknemers.

5. Van elk gevaar wordt het risico aangegeven. De gevaren dienen geëvalueerd te worden. Daarbij dient de volgende vraag beantwoord te worden: wat is de kans dat het gevaar leidt tot het intreden van een ongewenste situatie (verzuim, ongeval, beroepsziekte) en wat is de omvang van dat ongewenste effect (letsel, verzuimduur, schade e.d.). Door aan deze twee grootheden (kans en effect) een getal toe te kennen en deze met elkaar te vermenigvuldigen krijgt men een getal dat de relatieve grootte van het gevaar aangeeft.