Fijnstof op de werkvloer aanpakken

Gezondheidsmanagement
Achtergrondartikel

Fijnstof komt voor in veel verschillende verschijningsvormen, ook op de werkvloer. Afhankelijk van de concentratie, levert het een gevaar voor de gezondheid op. Wat zijn de risico’s, waar kun je als preventiemedewerker op letten en wat kun je doen tegen fijnstof?

De omgevingslucht bevat stof. Hiermee wordt de verzameling van alle deeltjes in de lucht bedoeld. De deeltjes hebben een uiteenlopende grootte. Met fijnstof wordt doorgaans het stof bedoeld waarvan de maximale diameter van de deeltjes 10 µm bedraagt. Dit wordt afgekort met de term PM10 (PM: particulate matter). Fijnstof in de lucht kan de gezondheid negatief beïnvloeden. Om deze reden heeft de Europese Unie grenswaarden voor fijnstof vastgesteld.

Bij arbeidsprocessen kunnen medewerkers, afhankelijk van de processen, worden blootgesteld aan diverse stoffen, gassen en dampen. Bij stoffen valt te denken aan kwartsstof, houtstof of metaalstof. Dergelijke blootstellingen worden beoordeeld aan de hand van de inhaleerbare en/of respirabele stoffracties in combinatie met de specifieke componenten. Dit artikel beschrijft specifiek fijnstof (PM10). 

Herkomst
Fijnstof ontstaat door verbranding, wrijving of verdamping. Voorbeelden zijn het verbranden van fossiele brandstoffen en hout, afschuren van rubber banden en het wegdek, verdampen van zeewater en vervolgens opwaaien van de zouten/mineralen. Ook ontstaat fijnstof door het gebruik van bijvoorbeeld meelstof in bakkerijen. Daarnaast worden deeltjes gevormd in de atmosfeer uit de gassen zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak.

De bronnen van fijnstof vinden we derhalve in de natuur en door menselijk handelen (intensieve veehouderij, industrie, verkeer, huishoudens)1.

Risico’s
Grotere stofdeeltjes worden bij het inademen gefilterd en afgevangen door slijm in de neus, mond- en keelholte en bronchiën. Fijnstof kan doordringen tot in de longblaasjes waar de uitwisseling van zuurstof met bloed plaatsvindt. De risico’s van het inademen van fijnstof kunnen in twee typen worden onderscheiden:

  1. Acute risico’s

Deze risico’s treden op bij het inademen van hoge concentraties. Dit leidt ertoe dat mensen enkele dagen tot maanden eerder sterven. Dit betreft dan met name ouderen en/of mensen die reeds een aandoening hebben.

  1. Risico’s op de lange termijn

Deze risico’s treden op bij een jarenlange/decennialange  blootstelling aan lagere concentraties fijnstof. Dit kan leiden tot luchtwegklachten, verminderde longfunctie en vroegtijdige sterfte.

Grenswaarde fijnstof (PM10)
Door de Europese Unie zijn grenswaarden vastgesteld voor de concentratie fijnstof in de omgevingslucht. Deze bedragen:

  • 40 µg/m3 als jaargemiddelde. Deze grenswaarde heeft tot doel bescherming te bieden tegen de langetermijneffecten van fijn stof.
  • 50 µg/m3 als daggemiddelde. Deze waarde mag op niet meer dan 35 dagen per jaar worden overschreden en heeft tot doel bescherming te bieden tegen de kort termijneffecten van fijn stof.

Aanvullend is er regelgeving voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5). Bijdragen van natuurlijke bronnen, bijvoorbeeld het opwaaien van zeezout, mogen bij eventuele overschrijdingen van de grenswaarden buiten beschouwing worden gelaten.2

Voor de beroepsmatige blootstelling aan fijnstof op de arbeidsplaats is geen grenswaarde vastgesteld. Hier wordt de blootstelling beoordeeld aan de hand van de concentratie inhaleerbaar (maximale diameter circa 100 µm) en respirabel stof (maximale diameter circa 4-5 µm). Wel vinden we eisen aan de concentratie fijnstof in het binnenmilieu bij het kennisinstituut Stichting Bouwresearch (SBR). Hier wordt onderscheid gemaakt in drie klassen. Deze drie klassen worden als volgt gekwalificeerd en zijn gebaseerd op de ISSO/SBR 3543 en NPR CR 17524:

  •  Klasse A: ‘zeer goed’ – hoog verwachtingspatroon ten aanzien van de kwaliteit van het binnenmilieu; 20 µg/m³ (PM10);
  • Klasse B: ‘goed’ – gemiddeld verwachtingspatroon ten aanzien van de kwaliteit van het binnenmilieu; 30 µg/m³ (PM10);
  • Klasse C: ‘acceptabel’, – matig verwachtingspatroon ten aanzien van de kwaliteit van het binnenmilieu, minimaal noodzakelijk vanuit het oogpunt van volksgezondheid; 40 µg/m³ (PM10).

Deze klassen worden gebruikt om de concentratie fijnstof te beoordelen in bijvoorbeeld kantoorsituaties en scholen.

Meten
Om fijnstof in het binnenmilieu te meten, wordt gebruik gemaakt van een stofmonitor. Deze zijn beschikbaar als enkelkanaalsmeter waarmee de concentratie PM10 wordt gemeten en als multikanaalsmeters waarbij gelijktijdig wordt gemeten naar de fractie PM10, de respirabele fractie (4-5 µm), PM2,5 en PM1,0.

De monitoren kunnen kortdurend worden ingezet, waarmee een indicatie van de concentratie wordt verkregen. Deze metingen zijn zinvol om bron(nen) van fijnstof op te sporen. Om een meer gedetailleerd beeld van de concentratie fijnstof te krijgen, worden deze voor een langere periode van enkele dagen tot een volledige (werk)week ingezet. Bij een langere meetduur wordt de variatie in de dagen inzichtelijk. Zo zal bijvoorbeeld in een kantoorsituatie de concentratie fijnstof op dagen met een lagere personele bezetting lager uitvallen.

Maatregelen
De beste manier om blootstelling aan fijnstof te voorkomen is door ervoor te zorgen dat er geen fijnstof ontstaat. Dit sluit perfect aan op de zogeheten arbeidshygiënische strategie, waar bronmaatregelen op de eerste plaats staan.  Het ontstaan van fijnstof is echter niet geheel te voorkomen. Onderstaand is per niveau van de arbeidshygiënische strategie5 een voorbeeld gegeven waarmee de blootstelling aan fijnstof door diesel aangedreven heftrucks kan worden beperkt. De uitlaatgassen van dieselmotoren worden dieselmotoremissie (DME) genoemd. DME bevat gassen en vaste deeltjes (roet). De vaste deeltjes bevatten onder andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), die kankerverwekkend zijn6.

  • Bronmaatregelen – Een werkgever moet eerst de oorzaak van het probleem wegnemen. Voorbeeld: Het vervangen van diesel aangedreven heftrucks door elektrisch aangedreven heftrucks.
  • Collectieve maatregelen – Als bronmaatregelen geen mogelijkheden bieden, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen. Voorbeeld: Het plaatsen van roetfilters op diesel aangedreven heftrucks.
  • Individuele maatregelen – Als collectieve maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de werkgever individuele maatregelen nemen. Voorbeeld: Taakroulatie, heftruckchauffeurs naast het rijden op de heftruck ook werkzaamheden laten uitvoeren waarbij geen gebruik van de diesel aangedreven heftruck hoeft te worden gemaakt. Nog een voorbeeld is het aanpassen van rij- of looproutes. Hiermee kan worden bereikt dat werknemers die geen heftruck rijden toch door een hal lopen waar met elektrisch aangedreven heftrucks wordt gereden.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen – Als de bovenste drie maatregelen geen effect hebben, moet de werkgever de werknemer gratis persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken. Voorbeeld: Maskers met een stoffilter (eventueel gecombineerd met een filter tegen gassen en dampen).

Conclusie
Fijnstof kan door de afmetingen doordringen tot in onze longblaasjes. Daarnaast kan fijnstof bestaan uit relatief onschadelijke deeltjes, maar kan het ook gevaarlijke stoffen bevatten zoals kwarts of zware metalen. Om die redenen is het in kaart brengen van de blootstelling aan fijnstof belangrijk en het beperken van de blootstelling wenselijk. In arbeidssituaties moet hierbij de arbeidshygiënische strategie worden gevolgd.

Lees meer

  1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Fijn stof van antropogene bronnen, 2010'.
  2. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Dossier ‘Fijn stof’, hoofdstuk 7, ‘Regelgeving’, versie 1, 2013'.
  3. ISSO/SBR-publicatie 354, Binnenmilieufactoren voor kantoren, 1995.
  4. NPR-CR 1752:1999, Ventilatie van gebouwen – Ontwerpcriteria voor de binnenomstandigheden, 1999.
  5. www.arboportaal.nl/onderwerpen/arbeidshygienische-strategie.
  6. www.arboportaal.nl/onderwerpen/dieselmotoremissie.
Lees meer op overzichtspagina Preventie