De praktijk - Preventie

Beroepsziekte 3: Gehoorschade door het werk

Beroepsziekte 3: Gehoorschade door het werk

Naar aanleiding van het rapport ‘Beroepsziekten in beeld’ van de Inspectie SZW en het ministerie van SZW gaat bedrijfsarts Bas Sorgdrager dieper in op de meest voorkomende beroepsziekten. Deze keer behandelt hij beroepsziekte nummer 3: Gehoorschade. 

Gehoorverlies en oorsuizen kunnen gevolgen zijn van overmatige blootstelling aan lawaai. Gehoorschade door het werk is al eeuwen bekend, maar nog steeds wereldwijd een veel gemelde beroepsziekte. Bedrijfsartsen signaleren de gehoorschade vrijwel altijd door het Preventief Medisch Onderzoek. Patiënten melden zich zelden op het spreekuur van huis- en bedrijfsarts met een concrete vraag over hun gehoorverlies. In lawaaiige beroepen ‘hoort het er nu eenmaal bij’, of, misschien wel vaker, is het beloop zo sluipend dat er geen aanleiding is om het spreekuur te bezoeken. Dit artikel gaat over de aanpak in verschillende branches. 

Omvang van de problematiek

Een kleine miljoen werkenden in Nederland staan bloot aan te hoge geluidniveaus in hun werk. De bouwnijverheid, industrie, boerenbedrijf, defensie en politie zijn sectoren met bekende lawaaibronnen. Minder bekend zijn de risico’s die musici, docenten, maar ook werkers in de zorg en kinderopvang lopen. Een betrouwbaar overzicht over de omvang van lawaaischade als beroepsziekte is lastig te verkrijgen. De reden hiervoor is het ontbreken van systematisch uitgevoerd preventief medisch onderzoek in bedrijven, nota bene een wettelijke verplichting. 

Al jaren is het recreatief lawaai waaraan jongeren zich blootstellen een risico. Dit betekent dat veel van hen al een lawaaidosis te verwerken heeft gekregen voor het intreden in lawaaiige beroepen; schattingen zijn ongeveer 20.000 jongeren per jaar met lawaaischade.

Wanneer is geluid schadelijk?

Schadelijk geluid is het niveau van het geluid boven 80 dB (A). De 80 dB (A) is een min of meer arbitraire grens die internationaal in wet- en regelgeving is vastgesteld. Als vuistregel geldt dat er sprake is van een geluidsniveau hoger dan 80 dB (A) indien het nodig is om met stemverheffing verstaanbaar te praten op 1 meter afstand. Gemiddeld betekent een blootstelling aan 80 dB (A) gedurende 8 uur per dag vijf dagen per week bij 40 dienstjaren dat er schade ontstaat. Er is een dosisrespons relatie bekend: een verdubbeling van het geluidsniveau, dit is 3 dB, houdt in dat de helft van de tijdsduur nodig is om schade te veroorzaken. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij een blootstelling twee uur per dag aan 95 dB (A) gemiddeld genomen na vijf jaar schade veroorzaakt (zie tabel 1). De schade na 20 jaren is overigens groter dan de helft van de schade na 40 jaar: vooral de eerste jaren bouwt de schade sneller op dan later. 

Gemiddelde dagdosis in dB (A) Gemiddelde tijdsduur nodig om schade te veroorzaken
80 40 jaar, 5 dagen per week, 8 uur per dag
83 20 jaar, 5 dagen per week, 8 uur per dag
86 10 jaar, 5 dagen per week, 8 uur per dag
89 5 jaar, 5 dagen per week, 8 uur per dag
92 5 jaar, 5 dagen per week, 4 uur per dag
95 5 jaar, 5 dagen per week, 2 uur per dag
98 5 jaar, 5 dagen per week, 1 uur per dag

Het gehoorverlies wordt uitgedrukt in eenheden van frequentie (Hz) en intensiteit (dB). Het audiogram is het basisonderzoek voor de diagnostiek. Klassieke lawaaischade laat een dip op het audiogram zien bij 4 kHz, zie figuur. Gehoorproblemen vallen dan nog wel mee, omdat veel van de auditieve eisen in het dagelijks leven, zoals communicatie, goede ontvangst vraagt van lagere frequenties (0.5-3 kHz). Gehoorverlies voorspelt slechthorendheid als relevante frequenties van 0.5-3 kHz zijn aangedaan. Gehoorverliezen groter dan 30 dB in het gebied tussen 1 en 4 kHz verstoren het auditief functioneren zoals het verstaan van normale spraak en het missen van waarschuwingssignalen.

Gehoorverlies door lawaai: de lawaaidip

Casuïstiek

Langdurige blootstelling aan schadelijk geluid of impuls geluid zoals bij ontploffingen of storingen in communicatieapparatuur kunnen leiden tot beroepsslechthorendheid en tinnitus. 

Gymdocent met fors gehoorverlies

Een 60 jarige gymdocent heeft zich met klachten van oververmoeidheid en ernstig oorsuizen arbeidsongeschikt gemeld. Nader onderzoek toont fors gehoorverlies aan. De geconsulteerde bedrijfsarts laat verdiepend onderzoek uitvoeren naar de akoestiek van de lokalen waar de heer zijn lessen geeft. De nagalm verschilt per lokaal. In één lokaal, een nieuwe in een bijgebouw, is akoestiek gunstig vanwege de gebruikte materialen voor vloer, wanden en plafond. Dagdoses van het geluid overschrijden in de andere lokalen de 80 dB(A) wel afhankelijk van de gegeven lesvorm.  Navraag leert dat de aanpak van lawaai geen prioriteit is in de onderwijssector. Uit nader praktijk- en literatuuronderzoek blijken docenten techniek, zwemonderwijzers en gymdocenten, maar ook medewerkers in de kinderopvang risicogroepen.

Politieagent: gehoorverlies in de hoge tonen

Een 55 jarige politieagent heeft ruim 20 jaar dienst gedaan als motoragent. Vooral als agenten zich niet beschermen met otoplastieken is de kans op gehoorschade aanzienlijk door het windgeruis in combinatie met communicatieapparatuur. In het kader van preventief medisch onderzoek is een audiogram bepaald waarop matig/ernstig gehoorverlies is vastgesteld, vooral in de hoge tonen. Er zijn ook twee audiogrammen die eerder in de tijd zijn bepaald. Het gehoorverlies is er al jaren, maar wel wat toegenomen. Op het audiogram 10 jaar geleden is een lawaaidip te onderscheiden aan beide oren. Er zijn geen andere verklaringen voor het gehoorverlies dan de beroepsgebonden blootstelling aan overmatig lawaai. Aangezien de agent al die jaren geen klachten heeft, mocht hij van zijn bedrijfsarts zijn werk als motoragent voortzetten, mits hij zich optimaal beschermde in risicosituaties.

Arbeidsongeschikte geluidstechnicus

Een 45-jarige geluidstechnicus heeft zich vanwege toenemende tinnituslast arbeidsongeschikt gemeld. Hij denkt dat het door het werk is opgetreden en wil graag dat onderzocht hebben. Uit onderzoek blijkt het volgende: een beiderzijdse lichte gehoorschade, gehoorverlies is 30 dB bij 4 kHz, 40 dB verlies bij 6 kHz. Het verlies voldoet niet aan de criteria beroepsslechthorendheid (registratierichtlijn B001, www.beroepsziekten.nl). De heer heeft ook geen klachten van slechthorendheid. Wel heeft hij sinds drie jaar een zeer storende piep in zijn hoofd. De geconsulteerde KNO arts heeft tinnitus vastgesteld met de mededeling dat het niet meer over zou gaan. Dit oorsuizen is opgetreden na een incident tijdens het uitoefenen van zijn functie; een storing die gepaard ging met enorm gekraak en gepiep in zijn koptelefoon. Afgelopen maanden is de heer erg moe na het werk. Er zijn geen andere verklaringen, hoewel hij altijd wel een fervent muziek luisteraar is geweest. De beoordelend bedrijfsarts concludeert dat de tinnituslast is veroorzaakt tijdens het uitoefenen van zijn beroep. 

Advies gehoorbescherming voor industrieel reiniger

Een 35 jarige industrieel reiniger heeft de bedrijfsarts om advies gevraagd over gehoorbescherming op het werk. Aanleiding is zijn bezoek aan de KNO-arts in verband met toegenomen klachten van oorsuizen. De KNO arts vermoedt dat het werk de klachten kan verklaren en heeft daarom verwezen naar de bedrijfsarts. De bedrijfsarts weet echter niet aan welke geluidniveaus de heer wordt blootgesteld in het werk. De opgevraagde RI&E levert geen duidelijkheid op. Er staat slechts dat er een risico is op blootstelling aan geluidsniveaus bij gebruik van reinigingsapparatuur, maar wordt niet als prioriteit aangeven. Er worden geen preventief medische onderzoeken georganiseerd. DE bedrijfsarts gaat in gesprek met de preventiemedewerker over de aanpak.

Aanpak geluidsblootstelling

Er zijn drie oorzaken voor het optreden van beroepsslechthorendheid, namelijk onvoldoende toepassing van de Arbowet, onvoldoende gehoorscreening bij werknemers en onvoldoende gebruik van gehoorbescherming door werknemers. De aanpak moet gericht zijn op reductie van de geluidsblootstelling (bronbestrijding, afschermen of organisatorische maatregelen), zie tabel 2.

Werkgevers hebben een wettelijke verplichting om het risico op overmatige blootstelling in kaart te brengen, zowel op afdelingsniveau als per functie of taak. Ook is de werkgever in situaties waar de geluidsnormen worden overschreden audiometrisch onderzoek aan te bieden. De Arbowet stelt als norm blootstelling van meer dan 85 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger dan 140 Pa. Het audiometrisch onderzoek moet gericht zijn op een vroegtijdige diagnose van een eventuele achteruitgang van het gehoor en op behoud van het gehoor. Om beginnende gehoorschade vroegtijdig te kunnen signaleren is periodieke herhaling van het audiometrisch onderzoek nodig. De herhalingsfrequentie wordt bepaald door de hoogte van de blootstelling en de individuele gevoeligheid van de werknemer. Bij een regelmatige dagelijkse blootstelling aan meer dan 87 dB(A) kan de frequentie waarmee audiometrisch onderzoek moet worden uitgevoerd oplopen tot eenmaal per jaar. Werknemers die dagelijks worden blootgesteld aan 80dB(A) of hoger en een piekgeluidsdruk van 112 Pa of hoger dienen tevens doeltreffende voorlichting te krijgen, onder andere over hoe signalen van gehoorbeschadiging zijn op te sporen.

Bronbestrijding

  • Geluidreductie 
  • Vermijden van blootstelling aan lawaai

Arbeidsomstandigheden 

  • Verbeteren van akoestiek
  • Afschermen lawaaibronnen

Arbeidsorganisatie

  • Tijdsduur blootstelling reduceren
  • Pieken verspreiden
  • Voorlichting en toezicht

Persoonlijke bescherming 

  • Otoplastieken
  • Kappen

Bescherming werknemer in lawaai

Bouw en muzieksector

Branches die systematisch het lawaaiprobleem aanpakken zijn de bouwnijverheid en de muzieksector. In de bouw is voorlichting geïntegreerd in het beroepsonderwijs, en er zijn ontwikkelingen van lawaaiarme machines in de bouw. Blootstellingsniveaus kunnen zo worden teruggebracht van gemiddeld 90-95 dB(A) naar 85-90 dB(A). Preventief Medisch Onderzoek stimuleert bewustwording bij bouwvakkers. Zij kunnen hun gehoor laten testen bij een arbodienst. 

Professionele musici hebben een verhoogd risico op beroepsslechthorendheid en tinnitus. Persoonlijke blootstelling in een symphonieorkest is bijvoorbeeld 88 dB(A). Naast voorlichting op conservatoria zijn preventieve maatregelen zoals repertoirekeuzes en opstelling orkestleden en benutten van transparante schermen. De politie doet momenteel onderzoek bij motoragenten naar het optimum van gehoorbescherming en noodzakelijke communicatie.

KVLO en zwembadbranche

Andere sectoren die laten zien dat ze lawaai op de werkplek serieus nemen zijn het onderwijs (gymlokalen) en de zwembadbranche waar ze letten op akoestiek, maar ook op de persoonlijke blootstelling van toezichthouders en zwemonderwijzers.

Conflict van plichten

Het dragen van gehoorbescherming brengt een conflict van plichten met zich mee. Aan de ene kant willen werkenden graag hun gehoor beschermen, maar aan de andere kant hebben ze hun gehoor nodig voor veiligheid, gewenste communicatie en andere auditieve eisen. De techniek is hier nog niet uit ontwikkeld. Het kiezen van gehoorbescherming tijdens het werk is maatwerk. Factoren die de keuze bepalen zijn de omstandigheden, de eigenschappen van de middelen en de bereidheid van mensen om ze te dragen (prijs, comfort, auditieve eisen). De otoplastiek en oorkap kunnen de meeste demping opleveren. De oorkap tussen de 15-25 dB en otoplastiek afhankelijk van de afstelling door de leverancier. De otoplastiek kan bovendien worden ingesteld om te dempen op verschillende frequenties en als actieve demper: de demping neemt toe bij hogere geluidsintensiteit, vooral van toepassing bij impulslawaai. Hoewel otoplastieken in aanschaf prijzig zijn (meer dan 100 euro), is de dagprijs gering door de lange duur van afschrijving. Er zijn normen voor gehoorbeschermingsmiddelen in specifieke situaties: NEN-EN 548 en NEN-EN 352 1 tot 3. De gehoorhelm is van toepassing in die situaties die door de werkgever zijn aangewezen.

Kappen en otoplastieken kunnen door gebrekkige luchtdoorlating leiden tot steeds terugkerende ontstekingen aan de gehoorgang. Het is te overwegen oorwatten te gebruiken. Dit kan alleen bij niet te hoge geluidniveaus, aangezien deze vorm van bescherming maximaal 3-5 dB dempt. 

Wie geen passende gehoorbescherming kan dragen moet in overleg met bedrijfsarts en werkgever over organisatorische maatregelen om de blootstelling aan te veel lawaai te reduceren. 

Meer informatie

Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden, Besluit van 25 januari 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit, houdende regels met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van lawaai. Zie www.beroepsziekten.nl

De multidisciplinaire richtlijn Preventie Beroepsslechthorendheid uit 2006 gaat uit van een Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E). Zie www.nvab-online.nl/richtlijnen

Registratierichtlijnen gehoorschade. Zie www.beroepsziekten.nl/registratierichtlijnen B001 en B002.

Lees ook

Beroepsziekte 1: Oververmoeid door het werk

Beroepsziekte 2: Gezondheidseffecten van schadelijke stoffen

Beroepsziekte 4: Bovenste ledematen

 


Source URL: https://www.werkenveiligheid.nl/preventie/de-praktijk/beroepsziekte-3-gehoorschade-door-het-werk