Duurzame inzetbaarheid - Preventie

Langer doorwerken én gezond blijven, hoe doe je dat?

Met een toenemend aandeel ‘oudere werknemers’, wordt het steeds belangrijker om na te denken over vergrijzing op het werk en meer in het bijzonder over de relatie tussen werk, leeftijd en gezondheid. Bedrijven en werknemers moeten op zoek naar manieren om iedereen gezond en veilig aan het werk te houden. 

Leeftijdsgerelateerde veranderingen

Ouder worden is een complex en onafgebroken proces dat begint bij de geboorte en eindigt als we sterven. Het is een veelzijdig proces van biologische, psychologische en sociale veranderingen. Onze leeftijd wordt gewoonlijk uitgedrukt in kalenderjaren, de chronologische leeftijd, maar dat is niet het gehele verhaal. Mensen veranderen als ze ouder worden. Kenmerken zoals wijsheid, strategisch denken en het vermogen om afwegingen te maken, nemen toe met de leeftijd of verschijnen pas op latere leeftijd. Naarmate we ouder worden, bouwen we ook werkervaring en deskundigheid op. Anderzijds nemen bepaalde functionele capaciteiten af als gevolg van het natuurlijke verouderingsproces. Die leeftijdsgerelateerde veranderingen in onze functionele capaciteiten zijn niet voor iedereen hetzelfde. Ze worden beïnvloed door diverse factoren, zoals:

  • expositie aan omgevingsfactoren, waaronder werk- en arbeidsomstandigheden
  • genetische aanleg
  • leefstijl en chronische aandoeningen
  • opleidingsniveau, etniciteit en sociaal economische positie (SEP)
  • geslacht

Functionele veranderingen

De functionele capaciteiten van werkenden van dezelfde chronologische leeftijd kunnen dus sterk verschillen. Als onderdeel van het verouderingsproces treden er bepaalde veranderingen op die gevolgen kunnen hebben voor het werk.

  • Na het vijftigste jaar neemt iedere tien jaar het hartminuutvolume, de maximale longcapaciteit en zuurstofopname tijdens fysieke arbeid af met 5-15%.
  • Na het vijftigste jaar neemt iedere tien jaar de spierkracht af met 12-15%.
  • Slaappatroon verschuift richting ochtendtype (nachtdienst wordt lastiger).
  • Veranderingen in cognitieve en executieve processen in het brein.
  • Dunnere huid waardoor hoger risico op een aandoening of verwonding.
  • Functioneren zintuigen neemt af (gezichtsvermogen, gehoor, evenwicht).

Zie de tabel in de bijlage voor een overzicht van de mogelijke aanpak in beleid, gedrag of op de werkvloer bij veranderingen in functionele capaciteiten.

Versnelde veroudering door fysiek zwaar werk en omstandigheden

Oudere werknemers die fysiek zwaar werk verrichten en/of dit onder fysiek zware omstandigheden doen (beperkte regelmogelijkheden, buitenwerken, wisselende temperatuur, hinderlijk geluid of lawaai, enz.), hebben een sterk verhoogd risico op versnelling van het normale verouderingsproces. Recente onderzoeken tonen aan dat zij eerder en ernstigere functionele veranderingen ondergaan. Hierdoor is hun lichaam ouder dan hun leeftijd aangeeft. Naast schade aan de actuele gezondheid, gaat dat ook gepaard met afname van de arbeidsproductiviteit en meer verzuim. Bovendien hebben zij ook meer gezondheidsklachten in de fase na pensionering. Dit betekent dat de gezondheid van deze werkenden beduidend slechter is en de levensduur korter ten opzichte van andere – niet fysiek belaste - werkenden. Daarnaast hebben zij een verhoogd risico op bedrijfsongevallen of werkgebonden aandoeningen.

Chronische aandoeningen

Chronische aandoeningen zijn ook van invloed op het verouderingsproces. De kans op zo’n aandoening neemt toe met de leeftijd. Werkenden met een lage SEP ontwikkelen vaker dergelijke aandoeningen vanwege hun leefstijl. Bovendien neemt de expositieduur verder toe als gevolg van het verhogen van de AOW-leeftijd en door het blokkeren van eerdere laagdrempelige mogelijkheden (VUT, prepensioen) tot vroegtijdig verlaten van de arbeidsmarkt. Dit omdat de regering de arbeidsparticipatiegraad wilt verhogen.

Kortom, door die interventie vergroot de overheid in deze populatie werkenden juist het risico op – voornamelijk werkgerelateerde – gezondheidsschade. Bijkomend nadeel is het ontbreken van mogelijkheden tot werkaanpassing in dit soort werk(omgeving).

Overigens, onderzoek toont aan dat onder anders blootgestelden verlenging van de arbeidsparticipatie juist wél tot verbetering van de gezondheid leidt. Immers, werken is gezond, mits het gezond werk is. Dat maakt deze algemene maatregelen nu juist zo pijnlijk. Daarom is het van belang dat je deze populatie at risk opspoort, begeleid en proactief volgt in de tijd.

Risicovolle functiegroepen 

Dienstverlening

Fysiek zwaar werk Beperkte regelmogelijkheden
1. Metselaar 1. Metselaar
2. Postsorteerder 2. Postsorteerder
3. Timmerman 3. Lopende bandmedewerker
4. Grondwerker 4. Bediener van machines
5.  Stukadoor 5. Kassamedewerker
6.  Bakker  

Zorg

1. Verpleger/verzorger


Risicobeoordeling oudere werkenden

Tijdens het volledige werkzame leven is het van belang om tijdens de risicobeoordelingen naast leeftijdgerelateerde veranderingen gericht te kijken naar het potentiële risico op versnelling daarvan door werkfactoren. Dat vraagt om adequaat multidisciplinair beheer van de gezondheid en veiligheid op het werk. Enerzijds bestaat dat uit risicopreventie. Anderzijds betreft het aanpassingen om de werkplek en/of het werkproces op de veranderende functionele capaciteit (zie tabel). Het NVAB levensloopdossier is daarbij ondersteunend.

Naast fysiek belastende werk of omstandigheden is het ook van belang om tijdens de risicobeoordelingen steeds na te gaan of een organisatie beleid heeft op (om)scholing in het kader van collectieve en individuele preventie. Daarnaast is het van belang om in je adviezen de noodzaak tot ‘aanpassing van het werk aan de mens’ te benadrukken.

Voorbeelden van adequate instrumenten

Work Ability Index (WAI) vragenlijst die de lichamelijke en psychische eisen van het huidige werk, de gezondheidstoestand en het prestatievermogen in kaart brengt. 

Nordic Standardized Questionnaire (Dutch) die musculoskeletale problemen uitgebreid inventariseert.

Verschuiving in arbeidsbelasting
Door technologische ontwikkelingen vervagen de grenzen tussen traditionele functies en vakdisciplines en verandert de beroepspraktijk in snel tempo. In alle sectoren is dat van invloed. Het aanbod van laagopgeleiden zal na 2020 (babyboom) afnemen. Maar de vraag naar laagopgeleid werk daalt nu al sterker als gevolg van arbeidsvervangende technologische en economische (globalisering & concurrentie) ontwikkelingen. Die ontwikkelingen dragen ertoe bij dat functies in taken worden opgeknipt. Hierdoor zijn werkprocessen sneller aan te passen aan veranderingen in de omgeving; responsiviteit. Enerzijds leidt dat tot verlichting van het werk voor de oudere werkende. Anderzijds zal hierdoor de cognitieve belasting toenemen. Dat leidt mogelijkerwijze tot beperkingen voor de huidige generatie oudere werknemers (mentale overbelasting). Daarnaast bestaat het risico op onvolledige functies, dat gepaard gaat met verdere inperking van de regelmogelijkheden en versterking van de Effort-Reward on-balans. Bovendien leidt deze vereenvoudigen tot afname van de mogelijkheid tot tijdelijke werkaanpassing.

Enkele werkwijzen

  • Sociale innovatie (altijd in combinatie met technologische innovatie): Het gelijktijdig en in onderlinge samenhang vernieuwen en verbeteren van de arbeidsorganisatie (waaronder technologische ontwikkeling), personeelsbeleid en de arbeidsrelatie.
  • Participatieve ergonomie en ergocoaching: Herontwerp of verlichtingen van arbeidsomstandigheden en verbetering van de werktechniek door betreffende werknemers zelf.
  • Leercultuur introduceren: In Nederland is onderinvestering in medewerkers in zijn algemeenheid een probleem en dat geldt in het bijzonder voor oudere werknemers. Er is dringend behoefte aan een cultuur waarin werken en leren meer in elkaar doorlopen. Meervoudige carrièrewendingen zijn dan normaal. De scheiding tussen de fase van opleiden en werkend leven is achterhaald
  • Geleidelijke afbouw werkweek: Geleidelijke afbouw ondersteunt de verhoogde herstelbehoefte van de oudere werknemer en maakt dat deze langer in het werkproces kan blijven meedoen.

Afname werkaanpassingen door verlies van functies of sectoren

Arbeidvervangende technologie raakt alle sectoren. Eerder zijn functies als pomp-bediende, letterzetter en meteropnemer verdwenen. Actueel nemen we afscheid van bankbaliemedewerkers, brugwachters en postbodes. Binnenkort zijn er ook geen kassa-medewerkers, taxi- of buschauffeurs, zeelieden, accountants, enz., meer nodig.

Startende generaties zullen opgroeien met meervoudige carrièrewendingen die steeds om reskilling & upskilling vraagt. Hiervoor is eerder cognitieve en mentale flexibiliteit nodig dan kennis. Bovendien gaan organisaties steeds meer netwerkketens vormen met ieder hun specialiteit. Dat komt het absorptievermogen van organisaties niet ten goede.  Hierdoor nemen de mogelijkheden tot structurele werkaanpassingen af.

Betrek kwaliteit van arbeid als effectvariabele organisatie

De NVAB vraagt aandacht voor preventie. Dit omdat preventie de gezondheid van werkenden versterkt en daarmee de Nederlandse economie. Daarom adviseert de NVAB  werkgevers én werknemers met name hun technologische innovatie te combineren met sociale innovatie; “the new World of Work”.  Het vernieuwen van arbeid, organisatie en personeelsbeleid om het functioneren van werkenden te verbeteren om zowel organisatie prestatie, kwaliteit van de arbeid als de arbeidsrelaties op een hoger niveau te brengen. Op dit moment is beleid voornamelijk gericht op reductie van verzuim. Dat is géén onderdeel van sociale innovatie. Ook krijgt kwaliteit van arbeid nog veel te weinig aandacht. Zo ontbreekt kwaliteit van de arbeid als effectvariabele van een organisatie. Onderzoek toont aan dat nieuwe arbeidsverhoudingen (sociale innovatie) leiden tot meer afwisseling en verdieping in het werk, een beter beeld of imago van de organisatie bij de werknemers en meer mogelijkheden voor de benutting van de competenties en de vaardigheden van de werknemers. Verbetering van de kwaliteit van de arbeid komt vooral tot uitdrukking door een grotere betrokkenheid van de werknemers, meer inspraak, autonomie en variatie in het werk. Daarnaast stijgt de arbeidsproductiviteit. 

Conclusie

Van de ouder wordende werknemer, ook van degenen met gezondheidsproblematiek, wordt in toenemende mate langer doorwerken én goed functioneren verwacht. Dat vraagt om adequaat multidisciplinair beheer van de gezondheid en veiligheid op het werk gedurende het volledige werkzame leven (levensloopdossier). Tijdens de risico-beoordeling, en het PMO, dien je naast de leeftijdsgerelateerde veranderingen in de functionele capaciteiten ook de versnelde verouderingseffecten door fysieke arbeid of werken onder zware omstandigheden te betrekken. Sociale en technologische innovaties stelt de ouder wordende werknemer in staat langer door te werken zonder verhoogd risico op (verdere) gezondheidsschade, bedrijfsongevallen e/o werkgebonden aandoeningen. Echter, de huidige generatie oudere werknemers, die fysiek zwaar werk verrichten, dienen nú al ontzien te worden.

Geschreven door: Ernst Jurgens & Marie-José Thunnissen, NVAB
Referentielijst is opvraagbaar bij de auteurs

 


Source URL: https://www.werkenveiligheid.nl/preventie/duurzame-inzetbaarheid/langer-doorwerken-en-gezond-blijven-hoe-doe-je-dat