Sociale veiligheid langs de arbeidshygiënische lat

Preventie en beleid
Achtergrondartikel

‘Sociale veiligheid op het werk’ betekent: de bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door of dreigt van de kant van menselijk handelen in relatie tot het uitoefenen van arbeid. Hoe kan de preventiemedewerker praktisch vorm geven aan een sociaal veiligheidsbeleid? De arbeidshygiënische strategie biedt houvast.

De definitie uitgelegd
Het begrip sociale veiligheid bevat de volgende veronderstellingen (i):

  • ‘de bescherming’ betekent: het totaal van maatregelen die bescherming bieden tegen gevaar tijdens uitoefening van werk.
  • ‘het zich beschermd voelen’ is een subjectief gevoel van (on)veiligheid. Deze gevoelens kunnen dus losstaan van de objectieve veiligheid. Je kunt je als thuiszorgmedewerker in een bepaalde buurt ‘s nachts veilig voelen en bij je leidinggevende onveilig. Omdat het over gevoelens van (on)veiligheid gaat zijn deze te  beïnvloeden door menselijk gedrag en gedachten. 
  • ‘gevaar’ is de kans om het slachtoffer te worden van incidenten. De registratie van incidenten naar tijdstip en locatie geeft een beeld van de objectieve veiligheid.
  • ‘veroorzaakt door of dreigt van de kant van menselijk handelen’: hiermee worden oorzaken als natuurgeweld, constructiefouten en dergelijke uitgesloten.
  • ‘in relatie tot het uitoefenen van arbeid’, bijvoorbeeld voor chauffeurs of conducteurs op de openbare weg of in het voor een ieder toegankelijk openbaar vervoer (inclusief haltes en stations) en openbare gebouwen, zonder een uitspraak te doen over publiekrechtelijk of privaatrechtelijk gebied.

Preventie
Bij sociale veiligheid is preventie een breed gebied. Niet alleen de arbeidsomstandigheden zelf maar ook een onveilige omgeving of infrastructuur waarin mensen werken kan oorzaak zijn van incidenten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vrachtwagenchauffeur die vanaf een viaduct een baksteen door de voorruit gegooid krijgt of aan een thuiszorgmedewerker die in een schimmige parkeergarage haar auto moet parkeren.

Sociale onveiligheid betreft ook de interne veiligheid van het bedrijf: de stijl van leidinggeven bijvoorbeeld, collegialiteit of normen en waarden op de werkvloer. Indien het hiermee niet in orde is dan kan pesten, discriminatie of intimidatie plaats vinden zonder dat er maatregelen volgen. In veel gevallen lopen intern en extern in elkaar over: slechte sturing en onduidelijkheid, werkdruk, frustratie bij werknemers en klanten met oplopende boosheid als gevolg. Veel maatregelen zijn daarom zowel intern als extern vanuit het bedrijf te nemen in samenhang met bijvoorbeeld justitie of gemeentelijk beleid. 

Vanuit verschillende disciplines wordt een bijdrage geleverd, zoals door HRM en veiligheidskunden bij preventieve maatregelen. Bij de opvang van slachtoffers van geweld zien zijn vaak andere disciplines actief. Artsen, psychologen, maatschappelijk werkers en psychiatrisch verpleegkundigen buigen zich over de traumaopvang van de getroffen individuen of groepen.

Veiligheid, Arbowet
Bij veiligheid op het terrein van arbeidsomstandigheden wordt in het wettelijke kader van oudsher aan de veiligheidskunde gedacht. Veel Arbowetgeving is vanuit deze discipline ontwikkeld. Daarmee worden bedoeld (conform de Arbowet): alle veiligheidsincidenten waarbij werknemers psychisch en/of fysiek worden lastig gevallen, bedreigd of aangevallen, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van de arbeid. Dat betekent dat ook situaties waarbij niet direct klappen vallen maar sprake is van (be-) dreiging of zich onbeschermd voelen, als een incident kunnen worden beschouwd.

Schadelast
De kenmerkende gemeenschappelijkheid zit in de schadelast. Wanneer preventie achterwege blijft of de beheersmaatregelen om te beperken falen dan is er altijd sprake van schade. Dat kan materieel of personeel betreffen, maar de schade is altijd direct aanwijsbaar. De aanpak van veiligheid kenmerkt zich doorgaans door een grote nadruk op een technisch werk- en denkniveau.

De Arbowet verlangt dat deze maatregelen in een bepaalde volgorde worden genomen, waarbij allereerst naar de bron van het probleem wordt gekeken. Dat wordt een arbeidshygiënische strategie genoemd.

De arbeidshygiënische strategie
Dit is een model ontleend aan de aanpak van arbeidsomstandigheden om blootstelling aan risico’s te beperken. De volgende stappen worden onderscheiden:

  1. bronmaatregelen ofwel primaire preventie en voorkomen: bijvoorbeeld inkoop van stoffen die geen huiduitslag geven bij medewerkers;
  2. afschermen ofwel beperkende maatregelen: bijvoorbeeld zoveel mogelijk stoffen voor het productieproces inkopen die niet schadelijk zijn;
  3. persoonlijke bescherming: bijvoorbeeld indien er dan nog stoffen die schadelijke effecten aan de huid veroorzaken voor de productie gebruikt moeten worden omdat er geen alternatief voor bestaat, kan de werkgever beschermende handschoenen beschikbaar stellen;
  4. goede opvang om verdere gezondheidsschade te voorkomen: bijvoorbeeld medewerkers met uitslag naar een dermatologische kliniek verwijzen waar de klachten goed behandeld worden.

Redelijk
Deze maatregelen hebben dus een hiërarchische volgorde. Je begint eerst bij de bron, het hoogste niveau, en pas als daar geen veranderingen mogelijk zijn daal je af naar een lager niveau. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen op een lager niveau. Dit is pas toegestaan als het redelijk is ofwel er een goede economische, technische of uitvoerende reden voor is.

Sociale veiligheid langs de arbeidshygiënische lat
Wanneer we deze systematiek voor sociale veiligheid hanteren dan ziet dat er als volgt uit:

  1. bronmaatregelen grijpen in op de primaire fase: het voorkomen van sociaal onveilige situaties. Hierbij kun je denken aan kluisjes op scholen waardoor eigendommen niet gestolen kunnen worden of betalingen met contant geld niet meer faciliteren;
  2. afschermen of beperkende maatregelen gaan er vanuit dat je niet alles kunt voorkomen maar dat je de schade wel zo veel mogelijk beperkt houdt. Denk bijvoorbeeld aan een sociale dienst waar vaker tot wanhoop gedreven bezoekers komen. Je kunt niet voorkomen dat ze het personeel gaan bedreigen of schreeuwen. Je kunt wel zorgen dat er geen losse plantenbakken staan waar mee gesmeten kan worden. Camera’s die het gedrag registreren hebben een eveneens beperkende invloed op agressievelingen; 
  3. persoonlijke bescherming kan in zo’n geval gerealiseerd worden door veiligheidsglas voor de balie, een beveiligingsbeambte die de lastpak de deur wijst;
  4. Toch kan het dan nog mis gaan. Er kan schade ontstaan doordat medewerkers gewond raken of er worden spullen kapot gemaakt. Ook psychisch kunnen medewerkers een klap krijgen. In zo’n geval kan goede opvang van de slachtoffers en getuigen ervoor zorgen dat de opgedane schade niet verder oploopt. Denk hierbij aan medische of psychologische hulp of schadevergoeding van persoonlijke eigendommen. 

Literatuur:
Willem van Alphen, R. Houba, H.P. Pennekamp, e.a., Handboek arbeidshygiëne, een praktisch handvat voor het beheersen van gezondheidsrisico’s op de werkplek, Wolters Kluwer Business, Kluwer, 2011
Wet- en regelgeving- Arbowet artikel 3 lid 1 b Arbobeleid.
 

Lees meer op overzichtspagina Sociale veiligheid