Arbozorg en de cruciale rol van de leidinggevende

Rollen en verantwoordelijkheden
Wanneer preventiemedewerkers taken zouden moeten teruggeven
Achtergrondartikel
arbozorg leidinggevende

Arbowet artikel 3.1 De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden.

Bij beleid voeren hoort ook de regeling hoe het wordt uitgevoerd en hoe de uitvoering wordt bewaakt. Veel stoffiger en bureaucratischer dan taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (TVB) is nauwelijks denkbaar, maar het is wel essentieel.

Verantwoordelijkheid blijft bij werkgever
Formeel is arbozorg (zorg voor veilige en gezonde werkomstandigheden) een taak van de werkgever. Overigens heeft ook de werknemer hierin een rol.  De werkgever kan dit echter veelal niet alleen doen vanwege de grootte en complexiteit van het bedrijf. Hij zal daarom taken moeten onderbrengen bij zijn medewerkers. Met name bij zijn leidinggevende staf, tot op het laagst leidinggevende niveau. Iedere leidinggevende kan zo worden gezien als werkgever van zijn eigen afdeling. Hij heeft daarin de zorg toebedeeld gekregen voor alle onder zijn leiding werkende medewerkers en over het hele fysieke gebied  waarin deze medewerkers werkzaam zijn: gebouwen, installaties, fabrieksterrein, afdeling, lokaal, enz. Daarbij kan hij op zijn beurt bepaalde taken beleggen bij een of meer van zijn medewerkers: preventieve taken bij de preventiemedewerker, repressieve taken bij de BHV-er.

De leidinggevende dient te regelen dat aan alle verplichtingen uit de arbowetgeving wordt voldaan. Dat hij hierbij anderen binnen zijn afdeling of van daarbuiten (facilitaire ondersteuning) of derden inschakelt is prima, maar ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid,

Voorbeeld: nooddouches
In een groot microbiologisch laboratorium in een academisch ziekenhuis  (universitair medisch centrum) wordt gewerkt met brandbare organische oplosmiddelen en met open vuur in de vorm van bunsenbranders. Er zijn nooddouches aanwezig.  Deze moeten periodiek gecontroleerd worden. Voor het hele ziekenhuis wordt deze taak gedaan door de interne facilitaire dienst (FD). Maar feitelijk blijft de leidinggevende van microbiologie verantwoordelijk dat dit daadwerkelijk  gedaan is en - belangrijker nog - dat deze douches ook echt iedere dag goed werken. Mocht er toch eens brand zijn en een medewerker maakt van deze douche gebruik en deze doet het niet, dan kan de leidinggevende zich niet achter de facilitaire dienst verschuilen. Hij was en blijft verantwoordelijk.

Wanneer een leidinggevende wel de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden toegeschoven krijgt, maar onvoldoende middelden heeft om hier invulling aan te geven,  zou hij dat aan de orde moeten stellen bij zijn leidinggevenden en in uiterste geval als die situatie niet wordt aangepast, deze taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden weer moeten terugleggen bij dat hogere niveau (ook schriftelijk).

Preventiemedewerkers kunnen taken teruggeven
Hetzelfde zou ook gedaan moeten worden door de preventiemedewerkers. Wanneer deze allerlei taken krijgen van de afdelingsmanager, maar qua tijd geen ruimte krijgen om deze in te vullen of geen afgeleide bevoegdheden namens de leidinggevende, zouden deze die taken ook moeten teruggeven. Als zij zonder tijd en bevoegdheden moeten werken, zitten zij in een bedelaarspositie of in een liefdewerk oud papier-setting en bestaat de kans dat zij hierin door hun collega’s niet serieus worden genomen: ze ‘bungelen’. Op termijn kan een preventiemedewerker behoorlijk gefrustreerd raken. Maar afgezien daarvan: er gebeurt op arbogebied niets en onveilige en ongezonde werkomstandigheden worden niet fundamenteel aangepakt. Hooguit vindt enige symptoombestrijding plaats.

Door leidinggevende zelf primair verantwoordelijk te maken voor de werkomstandigheden op zijn afdeling,  zit hij er zeer dicht op en kan direct actie ondernemen wanneer dat nodig is.  Wanneer de verantwoordelijkheid  bij een centrale afdeling zou liggen, wordt de betrokkenheid van de leidinggevende veel minder. Sterker nog, er kan een spel ontstaan van het naar elkaar toeschuiven van zaken met als gevolg dat er weinig of niets gebeurt.

Nu gaat het niet alleen om de formele vaststelling van de TVB, maar met name of deze ook daadwerkelijk door die leidinggevende worden opgepakt.  Dat zal deze in de regel echter alleen maar doen als zijn baas hem daarop regelmatig aanspreekt. Als de hogere leidinggevende dat nalaat, kan de lager leidinggevende denken dat arbozaken niet belangrijk gevonden worden (immers, hij wordt er toch niet op aan gesproken) en zal hij geneigd kunnen zijn daar minder of geen aandacht aan te besteden.

Kortom: zonder dat ook arbozaken worden opgenomen in de bedrijfsplanning en control cyclus en daarmee net zo sterk mee tellen als de andere bedrijfszaken, is het vastleggen van TVB een loze zaak.

Volledige steun van leidinggevenden is nodig
De zorg voor goede werkomstandigheden is een zaak van de lijnorganisatie en het fundament of het geraamte daarvan bestaat uit de hele staf van leidinggevenden, van het topmanagement tot en met de laagst leidinggevende. 

Een aparte organisatie naast het lijnmanagement zetten die alles doet op dit gebied heeft weinig kans van slagen. Wanneer alles aan KAM-coördinatoren, SHEQ of SHE afdelingen of decentrale preventiemedewerkers of arbocontactpersonen  wordt overgelaten zonder de volle steun van de leidinggevenden, zal geen goede borging plaatsvinden. Dan wordt het een uitgelichte organisatie, die niet in de gewone bedrijfsprocessen zit. Sterker nog: er kan afschuifgedrag vanuit het management ontstaan. Illustratief is dan de uitspraak van managers: aan veiligheid doen we iedere eerste donderdag van de maand van 15.00-16.00 uur; de veiligheidscommissie met de afdelingscontactpersonen regelen dan alles. Kansloos.

Boetes voor leidinggevenden
De laatste tijd pakt de Inspectie-SZW dit ook goed op. In toenemende mate worden boetes, omdat bepaalde arbovoorschriften worden overtreden, gegeven aan de direct leidinggevenden. Het gaat dan om het verwijt dat de feitelijk leidinggevende persoonlijk kan worden gemaakt. Er moet dus sprake zijn van persoonlijk verwijtbaar handelen van degene die als feitelijk leidinggevende wordt aangemerkt ten aanzien van de overtreding van de wet. Dit als uit onderzoek is vastgesteld dat de feitelijk leidinggevende kennis had van de overtreding, hierover zeggenschap heeft gehad en maatregelen ter voorkoming van deze overtreding achterwege heeft gelaten of de overtreding heeft laten voortduren. De hoogte van de boete voor de leidinggevende is in principe 50% van de boete die het bedrijf krijgt. Het hoogste boetebedrag dat zo is opgelegd, bedraagt € 68.000,-. Sinds 2013 heeft de inspectie vijfentwintig keer een boete gegeven aan feitelijk leidinggevenden.

Fundament van arbobeleid
Wellicht is zo’n goede regeling over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (en geborgd in een planning en controlcyclus) wel het fundament van het arbobeleid. Zonder zo’n degelijk fundament is de bovenbouw niet stabiel en staat mogelijk zelfs op drijfzand.

Lees meer op overzichtspagina Preventie