Dit is de ideale kantoortemperatuur

De praktijk
Achtergrondartikel
Ideale kantoortemperatuur

Een aantal jaar geleden ontstond commotie nadat bekend werd dat Mark Zuckerberg, de topman van Facebook, het niet warmer liet worden dan 15 graden op het hoofdkantoor van de internetgigant. Wat doet het met de productiviteit van de werknemers als ze in zo’n ijzige omgeving moeten werken? Hoe warm moet het eigenlijk zijn op kantoor om tot goede prestaties te komen? Onderzoek toont aan dat het kiezen van een optimale temperatuur niet alleen goed is voor werknemers, maar ook voor de portemonnee van de werkgever.

Wat de redenen van Zuckerberg ook zijn, onderzoeken tonen aan dat hij de verwarming maar beter wat zou opstoken. Er zijn verschillende studies gedaan naar de optimale temperatuur in een kantooromgeving. In een onderzoek van de Helsinki University of Technology staat dat de hoogste productiviteit op het werk wordt bereikt bij een temperatuur van rond de 22 graden. Productiviteit laat volgens dit onderzoek een stijgende lijn zien van lage temperaturen tot aan 22 graden en neemt juist weer af bij temperaturen boven 23-24 graden. Een stijging naar een temperatuur van 30 graden, brengt de productiviteit naar een percentage van 91.1 %. 

Tien procent besparing

Een studie van de Cornell University in New York laat zien dat de ideale temperatuur op het werk zelfs misschien nog iets hoger ligt dan de 22 graden die werd gevonden door de onderzoekers uit Finland. Het onderzoek werd uitgevoerd bij het hoofdkantoor van een verzekeringsmaatschappij in Orlando in de VS. Bij negen werkplekken stond een miniatuur sensor die om de 15 minuten de temperatuur mat. Daarnaast hielden onderzoekers bij hoe snel werknemers typten en hoeveel fouten zij daarbij maakten. Bij een temperatuur van 25 graden was de kwaliteit van het werk hoger en maakten werknemers minder fouten dan bij een lagere temperatuur. Door de temperatuur te verhogen van 20 naar 25 graden, maakten werknemers bijvoorbeeld 44 procent minder typefouten en tikten ze 150 procent meer.

De leider van het experiment, Alan Hedge, zegt dat er bij een optimale temperatuur tien procent op de arbeidskosten bespaard kan worden. ‘De resultaten van ons onderzoek lijken er op te wijzen dat het verhogen van de temperatuur naar een meer comfortabel niveau een besparing kan opleveren van 2 dollar (ongeveer 1.66 euro red.) per persoon, per uur.’ 

Verschillen tussen mannen en vrouwen

Hoewel er wel enige consensus lijkt te bestaan over dat in ieder geval een temperatuur in de bandbreedte 22-25 graden (waarbij de meeste studies 22 graden als ‘optimale temperatuur’ aanwezen) is er echter nog wel onduidelijkheid over hoe temperatuur werknemers nu precies beïnvloedt. Zo komt uit onderzoek naar voren dat de relatie tussen temperatuur en productiviteit ook sterk afhangt van bijvoorbeeld het type werk.

Daarnaast vonden de onderzoekers Tom Chang en Agne Kajackaite dat er een onderling verschil lijkt te bestaan tussen hoe temperatuur de prestaties van mannen en vrouwen beïnvloedt. De onderzoekers gebruikten 550 Duitse studenten als proefpersonen. Groepen studenten moesten diverse taken uitvoeren (getallen optellen, woorden samenstellen uit 10 letters die willekeurig door elkaar gehusseld waren en woordpuzzels oplossen). De temperatuur in de ruimtes waar de proefpersonen zaten werd door de onderzoekers gemanipuleerd en liep uiteen van 16 tot 33 graden. 

De onderzoekers hebben hun resultaten gepubliceerd in een wetenschappelijk artikel met de passende titel ‘Het gevecht om de thermostaat’. De conclusie was dat wanneer de thermostaat flink was opengedraaid vrouwen beter presteren als zij de rekentaak of verbaal redeneren-taak moesten uitvoeren dan wanneer zij dat deden in een koudere omgeving. Het tegengestelde effect was juist te zien bij mannen: die deden het juist beter bij koudere temperaturen.

Zomer en winter

Ook jaargetijde lijkt een rol te spelen. Arbokennisnet, een samenwerking tussen beroepsverenigingen, bedrijfsartsen en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een rapport gepubliceerd over thermisch binnenklimaat. De onderzoekers geven aan dat het in de zomer moeilijker is om het binnenklimaat aangenaam te houden dan in de winter, bijvoorbeeld door grote ramen zonder goede zonwering en het toenemende gebruik van elektrische apparatuur. In de winter kunnen er juist klachten ontstaan door lokale temperatuurveranderingen, bijvoorbeeld door tocht of koude straling van ramen. De onderzoekers maken een onderscheid tussen een ideale temperatuur in de winter en in de zomer. In de zomer ligt de ideale kantoortemperatuur volgens hen tussen 23 en 26 graden en in de winter tussen 20 en 24 graden.

Individuele verschillen

Er zijn verschillende maatregelen mogelijk om problemen met het binnenklimaat op te lossen. Wat het lastig maakt om tot een ideale situatie te komen, is dat er (naast dus de verschillen tussen mannen en vrouwen) uiteraard ook individuele verschillen bestaan tussen werknemers ten opzichte van wat zij als een prettige temperatuur ervaren. 

In de Arbowet staan geen specifieke regels wat betreft temperatuur. Artikel 6.1 van het Arbobesluit bepaalt dat de temperatuur op de werkplek niet nadelig mag zijn voor de gezondheid van de werknemer. Hoewel er geen specifieke temperaturen genoemd worden, is wel bepaald dat werkgevers er alles aan moeten doen om gezondheidsklachten en gezondheidsschade te voorkomen. Er zijn zowel organisatorische maatregelen als technische maatregelen denkbaar om problemen met het binnenklimaat op te lossen. Voorbeelden van technische maatregelen zijn het verbeteren van de isolatie en het aanbrengen van stralingswarmte (radiatoren). 

Voorbeelden van organisatorische maatregelen zijn het instellen van een speciaal rooster (bijvoorbeeld een ‘tropenrooster’ bij extreme warmte), het verstrekken van koude dranken of aanpassen van het kledingprotocol. Meer informatie over het oplossen van problemen die te maken hebben met een slecht binnenklimaat, zoals het Sick Building Syndrome kun je vinden in dit artikel op Werk en Veiligheid.

Risico’s herkennen en in kaart brengen

De volgende vragen kunnen volgens het rapport van Arbokennisnet worden gebruikt om risico’s te herkennen en in kaart te brengen:

  • Hebben relatief veel medewerkers (meer dan 10 à 20 procent) vaak klimaatklachten? Om dit te bepalen kan bestaande documentatie worden bestudeerd, bijvoorbeeld uitkomsten van Periodiek Medisch Onderzoek, maar ook klachtenregisters van bijvoorbeeld gebouwbeheerders. Ook kunnen werknemers door middel van een enquête gevraagd worden naar hun temperatuurgevoelswaarde (bijvoorbeeld door de norm NEN-EN-ISO 7730 te gebruiken) en klachten over het binnenklimaat.
  • Is er sprake van een type klimaatinstallatie waarvan bekend is dat het een verhoogde kans geeft op binnenklimaatklachten (bijvoorbeeld gevelinductie-units, variabele volume systemen zonder stralingswarmte/radiator aan de gevel)?
  • Is er veel glas verwerkt in de oost-, zuid- of westgevel of in het dak, terwijl goede zonwerende voorzieningen ontbreken?
  • Is er sprake is van (relatief veel) notoire warmtebronnen (bijvoorbeeld elektronische apparatuur, lampen, kopieerapparaten)?
  • Moeten er regelmatig werkzaamheden verricht worden in ruimten met een hoge temperatuur (bijvoorbeeld de kopieerruimte)?
  • Is er sprake van een relatief slecht geïsoleerde buitengevel, bijvoorbeeld relatief veel enkel glas, kieren of een dak/vloer die niet geïsoleerd is?
  • Wordt er regelmatig gewerkt in ruimten met een lage temperatuur of een hoge lucht/windsnelheid (bijvoorbeeld magazijnen, koelcellen)?

Zelf controle hebben

Omdat de ideale temperatuur persoonlijk is, is het belangrijk dat werknemers de temperatuur zoveel mogelijk zelf kunnen bepalen: zorg voor maatwerk is het devies. Bijvoorbeeld doordat zij zelf de ramen open kunnen zetten, de zonwering naar beneden kunnen doen, of – in het geval dat de ramen niet open kunnen - zij zelf de airconditioning kunnen bedienen. Er moet daarnaast ook rekening worden gehouden met apparaten die warmte afgeven, zoals kopieerapparaten; zet deze bijvoorbeeld het liefst bij elkaar in een afgescheiden ruimte.

Als je werknemers zelf de controle geeft, is het wel belangrijk dat er niet te veel mensen op een werkplek werken (bij een kantoortuin ligt dat lastiger dan bij een kamer die slechts door een paar werknemers gedeeld wordt) – om een écht ‘gevecht om de thermostaat’ te voorkomen. 

In het kader van de huidige thuiswerk-impuls (vanwege de coronacrisis) is het ‘zelf controle’ hebben een stuk makkelijker geworden: in de eigen thuisomgeving kan de werknemer zelf de temperatuur veel beter instellen  en op persoonlijke voorkeuren aanpassen dan op kantoor. Hierbij geldt wel dat er in de thuissituatie minder snel op extreme warmte gereageerd zal kunnen worden omdat de meeste Nederlandse huizen, in tegenstelling tot veel kantoren, niet voorzien zijn van airconditioning. De regels waaraan de thuiswerkplek moet voldoen staan beschreven in dit artikel

Afspraken maken

Aangezien de meeste werknemers hun werkplek delen met collega’s, is het aan te raden dat zij onderling afspraken maken over de temperatuur op de werkplek. Zo kan bijvoorbeeld een optimale temperatuur gezocht worden die zoveel mogelijk werknemers als prettig ervaren. Mensen die een warmere temperatuur prettig vinden kunnen hier door middel van hun kleding ook enige invloed op uitoefenen (kleden in ‘lagen’). Maar ook kunnen bijvoorbeeld alle ‘koukleumen’ op een kamer gaan werken.

Ange Kajackaite, een van de onderzoekers naar de man-vrouw verschillen benadrukt nog maar eens hoe belangrijk de temperatuur op het werk is. ‘Temperatuur beïnvloedt niet alleen het comfort, maar ook het alledaagse functioneren. Of je je nu meer comfortabel voelt op kantoor met 5 truien - of zonder trui - dit beïnvloedt óók je functioneren. Dus je moet dat serieus nemen.’

 

Lees meer op overzichtspagina Preventie