Pensioen na 45 jaar werk is niet doelmatig genoeg

Beleid en overheid
Nieuwsartikel

De pensioenleeftijd koppelen aan 45 dienstjaren is volgens minister Koolmees van Sociale Zaken niet wenselijk. Deze conclusie trekt hij op basis van het onderzoek dat een werkgroep van sociale partners na het pensioenakkoord in 2019 verricht. Om na een lang dienstverband met pensioen te kunnen, was een wens van de vakbonden.

Werknemers na 45 jaar recht op AOW geven, komt uit de gedachte om mensen met een zwaar beroep en meestal lage opleiding te ontlasten. Dit was een idee van de vakbonden. Bij het sluiten van het pensioenakkoord in juni 2019 spraken sociale partners en het kabinet af om te onderzoeken of en op welke manier het mogelijk is om de pensioenleeftijd te koppelen aan het aantal gewerkte jaren. Hierop werd een werkgroep opgetuigd met vertegenwoordigers van Sociale Zaken, vakbonden en werkgevers.

Juridisch kwetsbaar

Demissionair minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees ziet niets in het idee om werkenden na 45 dienstjaren recht op pensioen te geven. De regeling is niet doelgericht, lastig uitvoerbaar en juridisch kwetsbaar volgens het rapport met technische analyse van de werkgroep. Ook heeft het plan forse gevolgen voor de overheidsfinanciën. Al met al is de regeling niet wenselijk, schrijft de minister aan de Tweede Kamer.

Koolmees vindt een generieke regeling op basis van het criterium van 45 dienstjaren ondoelmatig, omdat daaronder veel meer mensen vallen dan alleen de beoogde groep van mensen die lang werken, zwaar werk verrichten en laag opgeleid zijn. Dit maakt de regeling duur. Bovendien komen vrouwen minder vaak in aanmerking voor de eventuele regeling, door deeltijdwerk en loopbaanonderbrekingen als zwangerschapsverlof. Een arbeidsverleden van 45 jaar is daarnaast moeilijk aan te tonen, wat de regeling arbitrair zou maken.

Bron: Tweede Kamer

Lees meer op overzichtspagina Preventie