Taakomschrijving preventiemedewerker vernieuwd

De praktijk
De functie van preventiemedewerker volgens de nieuwe Arbowet
Tool

Taakomschrijving van de preventiemedewerker, gebaseerd op de nieuwe Arbowet 2017, afhankelijk van het type en de grootte van het bedrijf.

Functiebenaming
Preventiemedewerker
 
Niveau
De preventiemedewerker werkt op mbo-niveau.*
 
Plaats in de organisatie
De preventiemedewerker legt verantwoording af aan de directeur, om de onafhankelijke positie zeker te stellen. 
 
Tijdsbesteding
0,4 FTE*

Instemming
Het benoemen van de preventiemedewerker en zijn taken vindt plaats nadat de OR schriftelijk instemming heeft gegeven.

Functiecontext
De preventiemedewerker ondersteunt de organisatie bij de zorg voor de dagelijkse veiligheid en gezondheid en is verantwoordelijk voor het correct invullen van de taken genoemd in de activiteiten en het uitvoeren van het plan van aanpak.
 
Verantwoordelijkheden
De preventiemedewerker is verantwoordelijk voor het correct invullen van de taken genoemd in de kernactiviteiten en het uitvoeren van het plan van aanpak.
 
Bevoegdheden
De preventiemedewerker is bevoegd tot het gevraagd en ongevraagd geven van adviezen aan medewerkers, management en OR. De preventiemedewerker heeft een eigen budget, middelen en tijd voor ondersteuning door derden. Deze worden vastgelegd in de RI&E en worden jaarlijks bijgesteld indien nodig. Hij heeft mandaat voor het bezoeken van werkplekken en het raadplegen van externe arbodeskundigen.
 
Opleidingseisen
De minimale opleiding is een algemene preventiemedewerkersopleiding van minimaal drie dagen, aangevuld met specialistische opleidingen. De onderwerpen voor deze opleidingen komen voort uit de RI&E. Jaarlijks evalueren preventiemedewerker en leidinggevende het opleidingstraject en passen dit aan.  Iedere preventiemedewerker is lid van de beroepsvereniging (BvAA.nl).

Functieprofiel preventiemedewerker

  • Communicatief sterk
  • Oplossingsgericht denken en werken
  • Toegankelijk voor collega's en directie
  • Goed op de hoogte van de dagelijkse gang van zaken binnen de praktijk
  • Beschikt over voldoende inzicht in arbeidsomstandigheden in het bedrijf en de wijze waarop deze worden aangepakt
  • Kennis hebben en gebruik maken van het arbo-voorlichtingsmateriaal
  • Mee kunnen werken aan het (laten) uitvoeren van een (branche) RI&E en het plan van aanpak
  • Voor dat plan van aanpak in het bedrijf draagvlak kunnen organiseren
  • Als trekker (stimulator) kunnen optreden bij het inrichten en uitvoeren van een goed arbobeleid.
  • Het kunnen omgaan met arbozorg(systeem)elementen, Arbowetgeving en normen. 

Vaardigheden

  • Beheersing Nederlandse taal
  • Administratief onderlegd
  • Goede voorbeeld geven
  • Inlevingsvermogen situatie medewerkers

Communicatie/samenwerking
De preventiemedewerker:

  • overlegt eenmaal per kwartaal met zijn leidinggevende
  • overlegt tweemaal per jaar met de directie
  • overlegt viermaal per jaar met de ondernemingsraad
  • overlegt tweemaal per jaar met de bedrijfsarts
  • verzorgt de contacten met externe diensten zoals de arbodienst
  • evalueert tweemaal per jaar de dienstverlening met de arbodienst
  • is naast de directie het aanspreekpunt voor de inspecteur van SZW

Resultaten van de functie
De preventiemedewerker stelt jaarlijks een verslag op over de uitgevoerde activiteiten en de voortgang van het plan van aanpak (jaarplan). Tijdens elke vergadering wordt schriftelijk gerapporteerd over gemelde ongevallen en/of bijna ongevallen, gevaarlijke situaties en de genomen maatregelen. Voortgang van het plan van aanpak naar aanleiding van de RI&E.
 
Hoofdbestanddelen van de functie
1.       Het adviseren aan de werkgever en de ondernemingsraad met betrekking tot de arbeidsomstandigheden. Geeft de werkgever en de ondernemingsraad gevraagd en ongevraagd advies met betrekking tot het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.
2.       Het optreden als intermediair tussen de eigen organisatie en externe deskundigen. Coördineert de werkzaamheden van de medewerkers van de arbodienst en andere deskundigen met betrekking tot activiteiten binnen de organisatie. Is voor deze deskundigen een eerste aanspreekpunt, voorziet ze van de nodige informatie en zorgt voor afspraken met andere personen binnen de organisatie. Verzorgt contacten tussen de leidinggevenden van de organisatie en de arbodienst c.q. andere deskundigen.
3.       Het coördineren van de beleidsvoeringactiviteiten binnen de organisatie.
4.       Het bewaken van de uitvoering van het vastgestelde beleid. Bewaakt de uitvoering van de plannen zoals die vastgelegd zijn. Probeert knelpunten tot een oplossing te brengen. Indien knelpunten niet opgelost kunnen worden, worden deze voorgelegd aan de directie.
5.       Het fungeren als centraal meldpunt voor ongevallen, bijna ongevallen, onveilige situaties.
6.       Het bijhouden en verspreiden van relevante informatie. Leest relevante literatuur en informatie op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Verspreidt deze informatie, voor zover relevant, aan andere personen in de organisatie.
7.       Het fungeren als vraagbaak op het gebied van arbeidsomstandigheden.
8.       Het verzorgen van externe contacten. Onderhoudt contacten met derden, zoals de arbodienst en de inspectie van het ministerie van SZW.
9. Adviseert bij nieuwbouw, nieuwe machines, arbeidsmiddelen en inkoop gevaarlijke stoffen.
10. Het (mede)opstellen van de RI&E en het plan van aanpak.
11. Het periodiek actualiseren van de RI&E en het plan van aanpak.

*voor grote bedrijven of bedrijven met veel risico’s, gelden andere eisen, zoals meer fte’s en een hoger opleidingsniveau

Lees meer op overzichtspagina Preventie