Aangifte tegen voormalige asbestverwerker

Rollen en verantwoordelijkheden
Nieuwsartikel
Het Comité Asbestslachtoffers en de nabestaanden deden onlangs aangifte tegen Eternit van doodslag en dood door schuld. Het Comité stelt dat het bedrijf al in 1960 op de hoogte was van de gevaren van blootstelling aan asbestvezels.

Nabestaanden van acht asbestslachtoffers hebben aangifte tegen gevel- en dakbekledingfabrikant Eternit gedaan. Tot 1 juli 1993 produceerde Eternit asbestcement. Het Comité Asbestslachtoffers en de nabestaanden verwijten het bedrijf en haar bestuurders dat ze willens en wetens hun werknemers aan asbestvezels hebben blootgesteld.

Het Comité Asbestslachtoffers en de nabestaanden deden onlangs aangifte tegen Eternit van doodslag en dood door schuld. Het Comité stelt dat het bedrijf al in 1960 op de hoogte was van de gevaren van blootstelling aan asbestvezels. Ondanks alle onderzoeken naar de risico’s van asbest die door de jaren heen zijn gedaan bleef Eternit doorgaan met de productie van asbestcement tot 1 juli 1993.

De in het Overijsselse Goor gevestigde fabriek maakt tegenwoordig voornamelijk plaatmateriaal voor gevel- en dakbekleding. Bij het bedrijf zijn zo’n 150 mensen in dienst. Dagblad Trouw meldt dat dit de eerste strafrechtelijke aangifte is tegen Eternit in Nederland. Oud-werknemers voerden de afgelopen decennia tientallen schadeprocedures. In Italië werd een voormalig topman van het bedrijf veroordeeld. De Zwitser Schmidheiny werd in cassatie vrijgesproken, door een vormfout in het vonnis.

Het Comité Asbestslachtoffers stelt dat Eternit een sterke lobby voerde om een asbestverbod in Nederland te voorkomen. Dit maakt dat de fabrikant en haar bestuurders willens en wetens mensen hebben blootgesteld aan asbestvezels, terwijl zij bekend waren met de levensbedreigende gevaren van de blootstelling aan asbest op lange termijn. De nabestaanden nemen het Eternit en haar bestuurders kwalijk dat zij over een periode van vijftig jaar de productie van asbestcement voorop stelden en alle andere belangen ondergeschikt maakten aan de winstgevende asbestverwerking.

De fabrikant is volgens het Comité en de nabestaanden schuldig aan het maken van asbestslachtoffers. De werknemers werden in de fabrieken blootgesteld aan asbestvezels. Ook familieleden van werknemers werden blootgesteld aan asbest, doordat de werknemers de asbestvezels via hun werkkleding meenamen naar huis.

Bron: Comité Asbestslachtoffers

Lees meer op overzichtspagina Preventie