BRZO: Na succesvolle RI&E-controle extra aandacht gevaarlijke stoffen

Wet- en Regelgeving
Nieuwsartikel
Bij veel bedrijven is het niet duidelijk in welke mate werknemers worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Uit eerdere inspecties blijkt dat bedrijven de gevaren van deze stoffen nog steeds onvoldoende in beeld hebben.

De meeste BRZO-bedrijven in Nederland beschikken over een adequate RI&E. Dat concludeert de Inspectie SZW na uitgevoerde inspecties bij alle BRZO-bedrijven. Bij slechts 6 procent van de onderzochte bedrijven was de RI&E niet adequaat. De komende drie jaar wordt de blootstelling aan gevaarlijke stoffen op BRZO-bedrijven scherp gecontroleerd.

BRZO-bedrijven zijn bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen. Bij deze bedrijven wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. In Nederland zijn ongeveer 400 bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Als er bij deze bedrijven iets mis gaat, kan de impact voor werknemers en omgeving enorm zijn. Daarom moeten zij specifieke maatregelen nemen om de risico’s van zware ongevallen voor de werknemers, de omwonenden en het milieu te beperken.

Risico-inventarisatie & -evaluatie

In tegenstelling tot vele andere bedrijfssectoren in Nederland beschikken nagenoeg alle BRZO-bedrijven over een adequate risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E). Begin 2020 kregen alle BRZO bedrijven een brief waarin aangekondigd werd waarop geïnspecteerd zou worden. Eén van de onderwerpen was de aanwezigheid van de RI&E. Bij alle ruim 400 BRZO bedrijven heeft de Inspectie SZW een inspectie uitgevoerd waar onder meer naar een adequate RI&E is gekeken. In maar 6% van de onderzochte bedrijven was de RI&E niet adequaat. Ondanks de coronacrisis heeft de Inspectie SZW in 2020 aan 98% van de inspecties in het kader van de BRZO+ deelgenomen. Dat is een aanzienlijke toename ten opzichte van de circa 60% in 2019.

Gevaarlijke stoffen

De komende drie jaar gaat de Inspectie SZW bij BRZO-bedrijven scherp controleren op de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Uit eerdere inspecties blijkt dat bedrijven de gevaren van deze stoffen nog steeds onvoldoende in beeld hebben. Ook is het vaak niet duidelijk in welke mate werknemers worden blootgesteld. Bij de inspecties gaat het om CMRS-stoffen zoals chroom-6, formaldehyde of benzeen.

Deze CMRS-stoffen kunnen kanker veroorzaken, genen beschadigen of schadelijk zijn voor de voortplanting. De afgelopen jaren heeft de Inspectie SZW bij ruim 100 BRZO-bedrijven een inspectie uitgevoerd op het risico van blootstelling aan gevaarlijke stoffen voor werknemers . Alle BRZO-bedrijven die nog niet zijn geïnspecteerd op dit onderwerp, worden de komende drie jaar sowieso bezocht.

Jaarlijkse inspecties

Naast het toezicht op blootstelling aan CMRS-stoffen voert de Inspectie SZW, volgens de afspraken in het kader van BRZO+, jaarlijks reguliere inspecties uit bij minimaal 90% van de BRZO- bedrijven. Bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken, moeten deze inventariseren en de mate van blootstelling beoordelen. Alleen dan is het mogelijk om na te gaan welke gezondheidsrisico’s werknemers lopen en welke veiligheidsmaatregelen het beste getroffen kunnen worden.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat bedrijven de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen onvoldoende op orde hebben. Dit betekent niet dat bedrijven in het geheel geen maatregelen treffen. De Inspectie SZW constateert dat er bij de bedrijven het nodige gedaan wordt en dat op veel vlakken de zaken wel zijn geregeld. Maar voor een goed samenhangend beleid om risico’s te voorkomen is meer nodig. Wat opvalt is dat bedrijven er vooral voor kiezen om hun medewerkers persoonlijke beschermingsmiddelen te geven als ze met gevaarlijke stoffen werken, terwijl het verplicht is om te denken aan bronmaatregelen of technische maatregelen om blootstelling te vermijden. Denk hierbij aan vervanging van de kankerverwekkende stof of aanpassing van het productieproces.

Bron: Inspectie SZW

Lees meer op overzichtspagina RI&E