Angststoornissen en werk: hoe ga je daarmee om?

Duurzame inzetbaarheid
Achtergrondartikel
Angststoornissen en werk: hoe ga je daarmee om?

Psychische klachten zijn er in veel soorten en maten, maar een groot deel van de bevolking heeft ermee te maken. Ook op de werkvloer komen ze dus regelmatig voor. Van overspannenheid en depressie tot aandoeningen als borderline en autisme. Om preventiemedewerkers handvatten te geven hoe een organisatie hier het beste mee om kan gaan, is Werk & Veiligheid een serie gestart over psychische klachten op de werkvloer. Deel drie gaat over angststoornissen.

Deel 3: Als je altijd bang bent
Iedereen is wel eens bang. Angst is een zeer gezonde emotie die ook een levensreddende functie kan hebben. Angst zorgt ervoor dat het lichaam in een opperste staat van alertheid komt zodat je klaar bent om te vluchten of vechten, erg handig als je wordt aangevallen door een wild dier. Een normale en natuurlijke reactie.
Tegenwoordig is de kans klein dat je wordt aangevallen door een beer of tijger. De reactie bestaat wel nog steeds en is handig als bijvoorbeeld een auto ineens om de hoek komt rijden terwijl je aan het oversteken bent.

Wat is een angststoornis?
Angst wordt een stoornis als iemand buitenproportioneel angstig is. Hiermee wordt bedoeld dat de angst die wordt ervaren niet in relatie staat tot de omgeving waarin iemand zich bevindt. Denk bijvoorbeeld aan iemand die doodsbang is voor spinnen of niet in een lift durft te staan. Beide zijn voorbeelden van specifieke angsten die, als ze het alledaagse leven belemmeren, een fobie worden genoemd.

Vormen van angststoornissen
Angststoornissen zijn er in vele vormen. Een specifieke fobie is er een van, maar verder bestaan ook:

  • een gegeneraliseerde angststoornis
  • sociale angst
  • obsessieve compulsieve stoornis
  • posttraumatische stressstoornis
  • een paniekstoornis

Al deze stoornissen hebben met elkaar gemeen dat het gaat om intense angstige gevoelens op het moment dat dit niet klopt in de omgeving. Het verschil in deze stoornissen zit hem in het ontstaan en hoe de angst zich uit. Angststoornissen komen veelvuldig voor, vaker bij vrouwen dan bij mannen. Onder de algehele bevolking krijgt tien procent in zijn of haar leven te maken met een angststoornis.

Angststoornis op het werk
Een angststoornis kan een reden zijn tot langdurige uitval van een werknemer. Vaak is er een lange aanloop voordat de werknemer zich ziek meldt waarin een aantal signalen worden gegeven. Dingen die vaak voorkomen zijn algehele stressklachten zoals prikkelbaarheid, gespannenheid en concentratieproblemen. Verder kunnen er stressgerelateerde lichamelijke klachten ontstaan, zoals rug- en nekklachten. Ook kan het gedrag van een werknemer veranderen. Denk aan zichzelf terugtrekken op het werk, niet meer mee gaan lunchen, niet meer van zich laten horen tijdens vergaderingen.
Vaak staat een angststoornis niet op zichzelf, maar zijn er andere psychische problemen zoals depressie. Ook kan angst onderdeel zijn van andere ziektebeelden zoals een persoonlijkheidsstoornis. Dit hoeft overigens niet zo te zijn.

Verschillende soorten angststoornissen
Posttraumatische stressstoornis (PTSS)
PTSS wordt veroorzaakt door een traumatische gebeurtenis die niet goed is verwerkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een ernstig verkeersongeluk, misbruik of andere situaties waarbij de persoon het gevoel heeft gehad dat zijn leven in gevaar was. Doordat het trauma niet goed is verwerkt, zorgt het ervoor dat de persoon die PTSS heeft, het trauma opnieuw blijft beleven. Dit kan bijvoorbeeld tijdens de slaap met dromen, maar ook kan een herbeleving getriggerd worden door bepaalde geluiden of gebeurtenissen in het heden.

Obsessief compulsieve stoornis (OCS/ OCD)
Het meest in het oog springend bij OCS is het uitvoeren van rituelen. Denk bijvoorbeeld aan herhalend de handen wassen, veelvuldig controleren of het licht of gasfornuis uit is of de deur op slot is gedraaid. Deze rituelen komen voort uit constante angstgedachten. “Als ik niet zeker weet dat mijn deur op slot is, dan wordt er ingebroken.” Bij iemand zonder OCS bestaat deze gedachte ook, maar het verschil zit hem er in dat iemand zonder OCS de deur controleert, eventueel actie onderneemt en verder gaat. Iemand met OCS durft niet op dat oordeel te vertrouwen doordat de angstgedachten het rationele deel overschaduwen.

Sociale angst
Iemand met sociale angst durft niet goed sociale contacten aan te gaan. Het zijn mensen die ogenschijnlijk op zichzelf zijn, maar eigenlijk liever onderdeel uitmaken van de groep. Dit lukt niet omdat die persoon letterlijk bang is voor andere mensen.

Paniekstoornis
Een paniekstoornis bestaat uit het hebben van paniekaanvallen, die op zichzelf al belastend zijn. Verder is degene die een paniekstoornis heeft, ook bang om een nieuwe paniekaanval te krijgen en zal vaak plaatsen waar hij of zij eerder een aanval heeft gehad, proberen te vermijden. Pleinvrees of agorafobie ligt helaas op de loer. Hierbij wordt het vermijden van plaatsen zo extreem dat het het dagelijks leven gaat beïnvloeden. Het is overigens niet zo dat iedereen met pleinvrees niet in open ruimtes durft. De angst is eerder voor het krijgen van een paniekaanval en niet snel genoeg weg kunnen naar een veilige plek.

Gegeneraliseerde angststoornis
Dit is een angststoornis waarbij iemand niet bang is voor iets of iemand, maar constante spanning en angst voelt. Het kan zijn dat deze stoornis gepaard gaat met angstaanvallen of pleinvrees. Het lastige van deze angststoornis, is dat deze moeilijk aan buitenstaanders uit te leggen is, omdat er dus niets concreets is waar die persoon bang voor is.

Hulp bij angststoornis
Angststoornissen zijn goed te behandelen met medicatie en/ of cognitieve gedragstherapie. Verder is het belangrijk dat de omgeving zo veel mogelijk steun biedt. Op het werk kan dit ook door middel van kleine gebaren. Denk bijvoorbeeld aan iemand meevragen voor de lunch als deze niet uit zichzelf mee gaat of tijdens een vergadering het woord geven.

Verder is het belangrijk te realiseren dat het niet mogelijk is om de oorzaak van de angst als omstander weg te nemen. Als je iemand wilt helpen met angst, is het juist belangrijk om te laten weten dat je er bent, maar het niet op wilt lossen voor die persoon. Het willen oplossen is een menselijke reactie, maar werkt vaak averechts. Degene met de angststoornis kan zich zo mogelijk nog angstiger of minderwaardig gaan voelen omdat hij of zij zelf niet in staat is om de angst op dat moment aan te pakken.

Als laatste: iemand die angstig is of een angststoornis heeft, heeft zelf het meeste last van zijn of haar angst. Het is belangrijk om die persoon normaal te benaderen, net als ieder ander. Angst bepaalt niet wie iemand is, maar is een complicerende factor in zijn of haar leven. Ondersteun iemand waar mogelijk, maar vraag altijd van te voren aan de persoon zelf of datgene wat jij wilt doen, in orde is. Op die manier zal iemand zich gesteund voelen, wat bijdraagt aan herstel.

Herkennen van een paniekaanval
De meest heftige uitingsvorm van angst is een paniekaanval. Hierin denkt de persoon die zo'n aanval heeft, meestal dat zijn of haar leven in gevaar is. Een paniekaanval kan zomaar ontstaan, maar is lichamelijk onschuldig. Tijdens een paniekaanval ontstaat er vaak druk op de borst en voelt de persoon hartkloppingen. Verder versnelt de adem en is er vaak sprake van hyperventilatie. Verder is er vaak sprake van zweten, trillen, gespannen spieren. Een paniekaanval ontstaat in vrij korte tijd en kan enkele minuten tot een uur duren. Tijdens deze periode ervaart de persoon al deze symptomen, die op zichzelf al beangstigend kunnen zijn.

Geruststellen
Iemand die een paniekaanval heeft, is het meest gebaat bij geruststelling in dat moment. Probeer die persoon uit te leggen dat het onschuldig is en neem de persoon, als dat mogelijk is, naar een rustige ruimte. Help diegene met het reguleren van de ademhaling. Een veel gebruikte oefening is vier tellen inademen, vier tellen vasthouden en zes tellen uitademen. Op die manier komt de ademhaling tot rust en zal ook de persoon die een paniekaanval heeft enigszins tot rust komen.
Verder is het belangrijk om tijdens een paniekaanval de grenzen van de andere persoon blijft respecteren. Er kan een neiging ontstaan om iemand vast te houden, maar vraag dit altijd van te voren. Het kan namelijk zijn dat iemand dat niet prettig vindt en dat daardoor de paniekaanval niet afneemt, maar juist toeneemt. Vraag ook niet aan de persoon wat er aan de hand is of waarvoor hij of zij bang is. Bij een paniekaanval is het belangrijk dat de persoon voelt dat hij of zij weer controle over het lichaam heeft.

Is het wel angst?
Belangrijk om te realiseren: de symptomen van een paniekaanval kunnen lijken op symptomen bij verschillende andere aandoeningen, zoals een hart- en vaatziekten of een ernstige astma-aanval. Probeer in het contact met iemand om dit uit te sluiten. Mocht je er niet zeker van zijn, zorg dan altijd voor medische hulp

Wat kun je doen als preventiemedewerker?
Angst en angststoornissen zijn voor de patiënt zeer belastend. Ook binnen het werk is er kans op (langdurige) uitval van de werknemer. Angststoornissen vallen in een categorie psychische aandoeningen die met therapie en eventuele medicatie goed te behandelen is en met de juiste behandeling is volledige genezing absoluut mogelijk.
Het is vanuit arbo-oogpunt belangrijk om te achterhalen of de werkzaamheden van de werknemer een rol hebben gespeeld in het ontwikkelen van de angststoornis. Denk hierbij aan onzekerheid over baangarantie, veel wisselingen in team en werkzaamheden, (verplicht) oppakken van extra werkzaamheden en hoge werkdruk.
Verder zijn sommige mensen gevoeliger voor het ontwikkelen van een angststoornis. Vooral bij mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen en perfectionistisch zijn. Mensen met een angststoornis zijn vaak zeer trouwe werknemers die in staat zijn om het belang van de werkgever boven die van zichzelf plaatsen.

Eerder verschenen in deze reeks over psychische klachten op de werkvloer:
1. Werken met borderline
2. Depressie op de werkvloer: hoe ga je daarmee om?

Lees meer op overzichtspagina Preventie