RSI-epidemie: beheersbaar of nog steeds een monster?

Gezondheidsmanagement
Achtergrondartikel
RSI

De drie meest gemelde beroepsziekten binnen de categorie bewegingsapparaat zijn nog altijd Repetitive Strain Injury (RSI)-klachten. Wat kun jij als preventiemedewerker doen om RSI te beheersen? En hoe is het sinds de RSI-epidemie in de jaren ‘90 gegaan met het ‘RSI-monster’?

In ‘Beroepsziekten in Cijfers 2018’, opgesteld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB)/Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, zijn ook in 2018 weer de RSI-cijfers opgenomen. Midden jaren ‘90 hoorden we voor het eerst van dit fenomeen. Vanaf 1995 was zelfs sprake van een epidemie! Vanuit het niets was daar ineens ‘RSI’, oftewel repetitive strain injury. We begrepen het niet. Dit betrof vooral beeldschermwerkers. Hoe kon het toch zo zijn dat je van beeldschermwerken chronische klachten oploopt? Je zit lekker binnen, je zit op je gemak op een stoel en je typt en klikt. Is dat dan zulk zwaar werk dat je er arbeidsongeschikt van wordt? En het kwam niet alleen voor bij beeldschermwerkers, ook bijvoorbeeld visfileerders, croupiers en inpaksters rapporteerden met regelmaat RSI-achtige klachten. In het jaar 2000 meldde Nederland Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) maar liefst 1831 nieuwe beroepsziekten met als diagnose code RSI. Hoe is het sindsdien gegaan met RSI en hoe lukt het ons om dit ‘monster’ te beheersen?

Hoe ontstaat RSI?
Omdat we met z’n allen destijds niet goed snapten hoe RSI z’n vlucht kon nemen, is er veel onderzoek gedaan. We lichten er eentje uit: In 1996 heeft vhp human performance in opdracht van de FNV een onderzoek gedaan naar tien mensen die ernstige RSI hadden opgelopen. Het onderzoek bestond uit diepte-interviews om zo de klacht helemaal uit te pluizen. Waar heb je nu last van en hoe is dat nu zo gekomen? Stapje voor stapje samen terugkijken en samen uitpluizen wat er precies is gebeurd. Daarbij is ook gekeken naar randvoorwaarden zoals werkdruk, beeldschermapparatuur en ergonomisch ontwerp van werkplekken. Het meest interessante inzicht was dat de term RSI misleidend is. De term ‘repetitive’ suggereert dat repetitief bewegen de belangrijkste oorzaak is. Het bleek echter dat juist de combinatie van statisch en dynamisch bewegen een belangrijke oorzaak van het probleem is. De beeldschermwerker tikt hoogfrequent met de vingers en klikt met de wijsvinger op de muis. De polsen van de beeldschermwerker bewegen nauwelijks en de nekschouder regio beweegt helemaal niet. De nekschouder spieren zijn echter wel continu aangespannen tijdens beeldschermwerk. Dat is misschien maar 5% van de maximale spanning die mogelijk is, maar deze spanning belemmert de doorstroming van bloed, juist ook naar de onderarmen, polsen en vingers daar waar dit verse bloed zo nodig is. Ander onderzoek bevestigt dat dit leidt tot een soort ‘verzuring’ van de spieren waardoor littekenweefsel kan ontstaan. Dit proces kan zodanig zijn dat dit niet meer omkeerbaar is. Als het zover gekomen is, dan ligt de beroepsziekte RSI op de loer. Meestal is er dan ook niet één pijnplek aanwijsbaar, maar is sprake van last in (grote) delen van de bovenste extremiteit. Factoren die dit ongewenste proces versnellen zijn met name; een hoge ervaren werkdruk, weinig regelmogelijkheden in het werk (bijvoorbeeld: even een korte pauze tussendoor gaat niet), veel uren achter elkaar dit type belasting ondergaan en ergonomisch matige werkplekken.

RSI anno nu
We zijn inmiddels bijna twintig jaar verder. In ‘Beroepsziekten in Cijfers 2018’ geeft de NCvB een overzicht van het in 2017 vóórkomen van beroepsziekten. De drie meest gemelde beroepsziekten binnen de categorie bewegingsapparaat zijn (nog altijd…) Repetitive Strain Injury (RSI) van de schouder of bovenarm, tenniselleboog en subacromiaal pijnsyndroom (klachten onder het schouderdak met pees- en slijmbeursontsteking in de schouder). Alle drie deze ziekten betreffen de bovenste extremiteit. Voor deze beroepsziekten aan de bovenste extremiteit zijn de drie meest gerapporteerde werk gerelateerde oorzaken:

  • snel herhaalde armbewegingen uitvoeren (27%);
  • veel kracht zetten met de handen (19%);
  • en tillen en dragen van onder andere lasten (13%).  

Belangrijke kanttekening hierbij is dat ten opzichte van het jaar 2000 de houding en bewegingsapparaat klachten al lang en breed ingehaald zijn door de ‘psychische beroepsziekten’. Deze betreffen inmiddels 57% van alle meldingen en komen tweemaal zo vaak voor als de houding en bewegingsapparaat beroepsziekten. Bedenk daarbij ook dat in 2016 de psychische beroepsziekten nog goed waren voor 42% van het totaal aantal beroepsziekten. Kortom: dit probleem neemt duidelijk toe. RSI daarentegen is desondanks nog steeds een niet te onderschatten beroepsziekte, maar het aantal meldingen voor alle drie de genoemde beroepsziekten voor de bovenste extremiteit opgeteld voor 2017 bedraagt 486. Als je dat vergelijkt met de 1831 beroepsziekten in 2000 alleen al op basis van de diagnosecode RSI, dan zijn er blijkbaar al een aantal goede stappen gezet.
De psychische beroepsziekten bestaan voornamelijk uit overspannenheid en burn-out (74%). Ook worden oorzaken als werkdruk, werkinhoud en problemen tussen mensen op het werk onderling aangegeven.

RSI-preventie: the next level
RSI wordt tegenwoordig ook vaak als KANS (Klachten Arm, Nek en/of Schouder) omschreven. Onder deze omschrijving valt een heel pakket aan diagnoses zoals tenniselleboog (epicondylitis lateralis), subacromiaal pijnsyndroom, carpaal tunnelsyndroom (‘zenuwbeknelling in de pols’) en aspecifieke diagnoses zoals Repetitive Strain Injury (RSI) van de schouder of bovenarm. Voor preventiemedewerkers in de bedrijven zijn deze diagnosecodes niet erg interessant. Veel interessanter is het onderliggende oorzaak/gevolg systeem te snappen dat leidt tot dergelijk klachten aan de bovenste extremiteiten. Wat kan een preventiemedewerker doen?

  1. Focus
    In de eerste plaats werkt de focus op zowel statische belasting (niet bewegen) als op dynamische belasting (veel bewegen). Juist de combinatie van die twee vormen komt vaak voor en daar ligt dan ook het grootste risico. Dit in combinatie met een hoge ervaren werkdruk, weinig regelmogelijkheden en ergonomisch matige werkplekken. Het belang van zaken als werkdruk, goed samenwerken met leidinggevenden en collega’s, het werk zelf kunnen indelen, prettige werksfeer is – gezien de toename van de psychische beroepsziekten- alleen maar toegenomen.
  2. Herstelbehoefte
    In de tweede plaats blijkt dat vooral  ‘herstelbehoefte’ een belangrijke voorspeller te zijn van klachten en uitval, zo blijkt uit vragenlijstonderzoek. Er is een relatie te zijn tussen de mate van herstelbehoefte en de mate van verzuim op grond van RSI-klachten. Een werknemer kan dezelfde avond volledig hersteld zijn van zijn vermoeidheid en pijntjes van het werk, een werknemer kan ook de volgende ochtend pas hersteld zijn van het werk. Als een werknemer na het weekend nog steeds niet volledig hersteld is, dan moeten de alarmbellen gaan rinkelen, want dan is het risico duidelijk groot. Vaak ligt hier ook een relatie met de gemiddeld groter wordende populatie: oudere medewerkers. Oudere medewerkers hebben meestal een langere herstelperiode nodig in vergelijking met jongere medewerkers. Overweeg daarom om aan de RI&E, PAGO/PMO of het MTO (medewerkers tevredenheidonderzoek) bijvoorbeeld de workability index toe te voegen. De workability index is een speciaal ontwikkelde vragenlijst om juist dit soort zaken in beeld te krijgen (https://www.blikopwerk.nl/dienstverlener/duurzame-inzetbaarheid/work-ability-index ). De preventiemedewerker kan dit in zijn adviserende rol aan het management en de OR meenemen.
  3. Bravo!
    In de derde plaats blijkt ook steeds vaker dat medewerkers zelf veel kunnen doen om hun eigen belastbaarheid op peil te houden. Een mooie aanpak is de BRAVO-aanpak. Door focus te leggen op meer Bewegen, niet Roken, minderen met Alcohol, goede Voeding en Ontspanning kan vrijwel zeker winst behaald worden. Veel bedrijven werken met een Vitaliteitsbudget. Ook is een dergelijk budget vaak opgenomen in vele cao’s. Benut dit budget voor dit doel.
  4. Meekijken aan de voorkant
    In de vierde plaats kan -moet- de preventiemedewerker vooral ook aan de voorkant meekijken bij het maken van werk. In veel bedrijven neemt automatisering (robotica, internet of things) toe. Menstaken worden steeds vaker overgenomen door machines. Waar wat blijft er over aan taken voor de mens? Kunnen de al genoemde risico’s vermeden worden? De preventiemedewerker kan meekijken of het werk niet te eenzijdig wordt, of statische en dynamische belasting niet toenemen en of de afwisseling en het zelf indelen van werk nog wel voldoende gewaarborgd is. Vooral bij het inkopen en het meepraten voordat de werkplek er staat kan winst geboekt worden. Schroom niet om een ergonoom in te schakelen.

De puntjes op de RS-i
Alles overziend, doen het met z’n allen zo slecht nog niet op het gebied van RSI-preventie. In de laatste twintig jaar zijn er forse stappen gezet. Niettemin is RSI nog steeds de meest voorkomende ziekte van het bewegingsapparaat als het om beroepsziekten gaat. We snappen beter hoe een beeldschermwerkplek eruit moet zien en hoe een werk/rustschema er uit moet zien. Maar er liggen nieuwe risico’s op de loer: De combinatie met werkdruk en psychische beroepsziekten is duidelijk. Sommige mensen zijn langdurig aan een beeldscherm gekluisterd. Werken met smartphones en tablets is ook beeldschermwerk. Maar de extreme epidemie van RSI-klachten waar midden jaren ‘90 toch wel sprake van was, ligt al een tijdje achter ons. Vroeger hadden we de muisarm. Onlangs kwam ik de term ‘de app duim’ tegen. We weten meer over oorzaak en gevolg, laten we deze kennis goed benutten. In de sectoren landbouw, bosbouw en visserij, industrie, bouw, en vervoer en opslag komen beroepsziekten aan het bewegingsapparaat twee keer vaker voor dan gemiddeld in de Nederlandse beroepsbevolking. In de meer industriële en productie context zijn aanpak werkdruk, verdergaande mechanisering en (nog steeds) ergonomisch ingerichte werkplekken belangrijke aandachtspunten waar met name punten op i’s gezet kunnen worden.

Top 5 RSI-preventie voor preventiemedewerkers

  1. Bij RSI let je op vijf oorzaken:
    1. Werktaken (veel repeterend werk)
    2. Werktijden (lange werkdagen, geen pauze)
    3. Werkdruk (stressgevoel verhoogt de spierspanning)
    4. Werkplek (voldoet deze aan de basiseisen?)
    5. Werkwijze (wordt er rustig en ontspannen gewerkt?)
  2. RSI komt vaak voor bij beeldschermwerk, je kunt gratis de vhp human performance checklist gebruiken om te kijken of er een risico is: https://www.vbn.nl/site/wp-content/uploads/informatie-5-checklist-beeldschermwerkplek.pdf
  3. Een complete aanpak vind je hier: https://aenoprovincies.nl/wp-content/uploads/2015/05/RSI_Protocol.pdf
  4. Een instructie die je aan beeldschermwerkers kunt geven om hun werkplek zelf of samen met hen in te stellen:  https://www.arboflexbranche.nl/sites/default/files/downloads/beeldschermwerk/Optimale%20instelling%20beeldschermwerkplek.pdf
  5. Een aanpak is de BRAVO aanpak. Let op meer Bewegen, niet Roken, minderen met Alcohol, goede Voeding en Ontspanning kan vrijwel zeker winst behaald worden. Drink ook veel water tijdens het werk, dan worden afvalstoffen beter afgevoerd.
Lees meer op overzichtspagina Preventie