Vier op de tien werknemers lopen risico op lichamelijke overbelasting

Gezondheidsmanagement
Nieuwsartikel
Bij lichamelijke overbelasting worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo zwaar, lang of vaak gebruikt dat er gezondheidsschade kan ontstaan.

Lichamelijke overbelasting door werk kan gezondheidsklachten en zelfs een beroepsziekte veroorzaken. Bijna vier op de tien werknemers in Nederland hebben te maken met een vorm van fysiek belastend werk, zoals tillen, duwen, trekken, lastige houdingen of repeterende bewegingen. TNO heeft op basis van de nieuwste cijfers over lichamelijke overbelasting uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden een factsheet opgesteld.

Klachten aan spieren, pezen, banden of gewrichten komen veel voor bij mensen die fysiek belastend werk doen. In 2020 had 42% van de werknemers met een nieuwe beroepsziekte hier last van. Dat zorgt niet alleen voor veel persoonlijk leed, uitval en arbeidsongeschiktheid, maar levert jaarlijks ook hoge kosten voor werkgevers en de maatschappij op.

Verzuim door fysieke klachten

Van alle werkgerelateerde verzuimdagen is 23% toe te schrijven aan fysiek belastend werk zoals tillen, duwen, lastige houdingen of repeterende bewegingen. Loondoorbetaling bij verzuim met klachten aan het bewegingsapparaat kost jaarlijks 1,8 miljard. Dat is een kostenstijging van 20%, want bij de vorige meting was dit nog 1,5 miljard.

Iedere werknemer heeft te maken met lichamelijke belasting. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van producten. Die verplaatsingen komen tot stand door tillen, dragen, duwen of trekken. Bij lichamelijke overbelasting worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo zwaar, lang of vaak gebruikt dat er gezondheidsschade kan ontstaan. Meer dan de helft van de werknemers geeft aan gezondheidsklachten te hebben, waarbij klachten aan arm, nek en schouder (KANS) het meest voorkomen. Ook lichamelijke onderbelasting, bijvoorbeeld in zittende beroepen, kan leiden tot schade aan de gezondheid. In Nederland zit 32% van de bevolking minimaal 8,5 uur op een dag.

Bron: Arboportaal

Lees meer op overzichtspagina Preventie